Vernieuwenderwijs

Waartoe dient toetsing? Een nieuwe kijk op toetsing

Veel scholen en opleidingen werken aan hun toetsing, waarbij er bijvoorbeeld wordt ingezet op meer formatief handelen en minder summatief toetsen of programmatisch toetsen. Een goede intentie, die echter voorbij lijkt te gaan aan de kern. Door de focus te leggen op prachtige modellen en mooie ideeën, creëren je oude wijn in nieuwe zakken. Laten we terug gaan naar de kern – wat is toetsing en waartoe dient het?

Toetsing, wat is het eigenlijk?

Toetsen is letterlijk het ‘onderzoeken in hoeverre iemand wat kan of weet’. In het Engels wordt het omschreven als: ‘assessment is a procedure for drawing inferences’ (Cronbach, 1971), oftewel: toetsing is een procedure waaruit conclusies worden getrokken. Het wordt ook wel omschreven als een ‘brug tussen didactiek en leren’ (William, 2021).

Welke omschrijving je ook pakt, toetsing is breed: of leerlingen of studenten nu hun vinger opsteken, een quiz maken, presentatie geven of een tentamen maken – het zijn allemaal vormen van toetsing die leiden tot inzichten op basis waarvan je conclusies kunt trekken.

De conclusies die je kunt trekken zijn formatief of summatief. Een formatieve conclusie geef inzicht en kan er bijvoorbeeld toe leiden dat je besluit (of de keuze voorlegt) om extra aandacht aan een onderwerp. Het is een conclusie waar geen beoordeling aan vast zit en die dus enkel dient om het leerproces te ondersteunen. Een summatieve conclusie dient als afsluiting of als conclusie van het leren en hierop volgt dus een beoordeling. Het zijn dus de beslissing die we nemen, die formatief of summatief zijn – niet de toets zelf.

Je spreekt dus ook niet over een ‘summatieve toets’ of ‘formatieve toets’. Je toetst doorlopend en trekt hieruit vaak formatieve conclusie en soms een summatieve conclusie. Zo bekeken is er dus ook geen onderscheid tussen formatief handelen, toets, evalueren, lesgeven, etc: het zijn allemaal vormen van didactiek.

De misstap bij formatief handelen …

Zoals het hierboven staat omschreven, wordt het helaas vaak niet gezien. Niet in de laatste plaats omdat er meestal een focus lijkt te liggen op goed uitvoeren van ‘formatief handelen’, waarbij onterecht ‘minder toetsen’ en ‘geen cijfers’ vaak in dezelfde adem worden genoemd. Het is een misstap die we vaak voorbij zien komen: het systeem veranderen zonder stil te staan bij de kern, oftewel symptoombestrijding in plaats van het aanpakken van de oorzaak.

Je kunt nog zo goed inzetten op prachtige modellen van formatief handelen of bijbehorende onderwijslogistieke veranderingen inzetten, maar als je voorbij gaat aan de fundamentele vraag wat een toets is en waar het toe dient, creëer je oude wijn in nieuwe zakken.

Toetsen gaat niet over het wel of niet geven van cijfers, noch gaat het over de hoeveelheid. Toetsing is onderdeel van didactiek: je kunt niet genoeg toetsen – zo lang je maar breder kijkt naar toetsing. Het gaat over het stap voor stap toewerken naar een valide, summatieve conclusie. Juist het zomaar inzetten op minder toetsen en cijfers leidt vaak een onevenredige, zwaarwegende conclusie.

… en bij programmatisch toetsen

Het zojuist omschreven zie je soms nog sterker terug bij opleidingen in het mbo en hbo die starten met programmatisch toetsen. Het beoordelingssysteem wordt aangepast, veel producten of handelingen worden ‘formatieve toetsen’ waarbij er toegewerkt naar een ‘grote summatieve toets’, wat regelmatig wordt aangevlogen als één eindproduct of portfolio bestaande uit diverse producten waarvan het cijfer de som der delen oftewel het gemiddelde is van alle formatieve toetsen. Er wordt zo voorbij gegaan aan het holistische gedachtegoed en breder nog aan de vraag: waartoe dient toetsing? Waarom toetsen we?

Waartoe dient toetsen? Vier doelen

Anders dan het gesprek over ‘formatief en summatief toetsen’, zou het gesprek moeten gaan over: waartoe dient toetsing? Waarom toetsen we? Concreet heeft toetsing drie functies: toetsen helpen met leren, helpen om conclusie te trekken en helpen jou als docent om je onderwijs te evalueren (Schilt-Mol, 2021). Het is didactiek die je inzet om het onderwijsleerproces te ondersteunen en sturen. Zoomen we in op het tweede aspect, het trekken van conclusies, ten aanzien waarvan doen we dit dan?

Vier doelen die je kunt onderscheiden (Schiro, 2011):

  • Om te kijken in hoeverre leerlingen of studenten iets kunnen ten opzichte van een standaard
  • Om objectief vast te stellen in hoeverre een leerdoel (leeruitkomst) is behaald
  • Om de ontwikkeling en behoefte in kaart te brengen
  • Om leerlingen of studenten te stimuleren om het maximale uit zichzelf te halen

Toetsen als doel of als middel

In het onderwijs gaat het vaak over de eerst twee doelen. Daartussen zit meteen een cruciaal verschil. Beoordeel je ten opzichte van een standaard, dan beoordeel je de succescriteria van bijvoorbeeld een product of handeling. De toets is zo een doel op zichzelf.

Beoordeel je de leerdoelen (of leeruitkomsten), dan gebruikt de leerlingen of student de toets als middel. Al hoewel het diploma is gebaseerd op het laatste, kiezen we er in de praktijk vaak voor het eerste te beoordelen (Schilt-Mol, 2021).

Dit kan opleveren dat leerlingen of studenten herhaaldelijk een voldoende summatieve beoordeling krijgen voor een product of handeling – en dus bijvoorbeeld een 7 gemiddeld staan – maar dat zij daarbij steeds onvoldoende punten scoren op eenzelfde soort aspect. Dit laatste komt echter niet naar boven omdat de producten worden beoordeeld en niet de onderliggende leerdoelen of leeruitkomsten. Zo kan het ontstaan dat je er als leerling of student goed voor staat, maar ten aanzien van specifieke doelen of leeruitkomsten onvoldoende staat.

De paradigmaverschuiving van toetsing

Zo bekeken zijn er drie belangrijke verschuiving in het denken over toetsen: 1) toetsen is onderdeel van didactiek en kan zowel een informeel gesprek of een schriftelijk tentamen zijn, 2) het kan dienen voor het leren, evalueren en concluderen en 3) het is dus een middel en geen doel op zichzelf. Deze drie aspecten tezamen vragen om een nieuwe kijk op toetsing – een paradigmaverschuiving bij het denken over toetsing.

Vanuit die verschuiving kan het gesprek gaan over vragen als: wat is er nodig om valide, objectief vast te stellen in hoeverre leerlingen of studenten leerdoelen of leeruitkomsten beheersen? En welke didactiek is er nodig om leerlingen of studenten dat te laten leren? Hoe zorgen we voor voldoende leerruimte?

Focus dus niet op prachtige modellen en ideeën maar ga terug naar de kern: wat is toetsing en waartoe dient het? Pas als je dat als team helder hebt, is het waardevol om te kijken naar hoe je toetsing in het onderwijs optimaal benut.

Literatuur

Cronbach, L. J. (1971). Test Validation. In R. Thorndike (Ed.), Educational Measurement (2nd ed., p. 443). Washington DC: American Council on Education.

Schiro, M. S. (2012). Curriculum Theory (2de ed.). SAGE Publications.

Schilt-Mol, T (2021). Netwerk toetsing.

William, D. in ResearchEd – Assessment (2021).

Wessel Peeters

Wessel Peeters

Mede-oprichter van Vernieuwenderwijs en onderwijskundige bij Buurtcollege Agora Maas en Peel. Daarvoor enkele jaren onderwijskundige in het HBO en negen jaar docent Maatschappijleer en Geschiedenis op het Vmbo en Havo. Praat graag over en is graag bezig met: didactiek, curriculumontwerp, toetsing, leren leren en veranderkunde. Actieve ontwikkelaar, onderzoeker en spreker.

Reageer

Geef een reactie

💡 Onze diensten

Wil je hiermee aan de slag en kun je hulp gebruiken? Als docenten en onderwijskundigen helpen we graag. Bekijk hier ons aanbod:

Ga naar →

Blijf op de hoogte!

Elke week dit soort artikelen & interessante linkjes ontvangen in onze nieuwsbrief?

Please wait...

Bedankt, je staat op onze mailinglijst!