Vernieuwenderwijs

Van leerdoelen naar leeruitkomsten

Binnen het voortgezet onderwijs wordt veel gewerkt met leerdoelen. Middels deze doelen maak je voor bijvoorbeeld een les, opdracht of project duidelijk waaraan de leerlingen gaan werken. Dit kan gaan over kennis, inzichten, vaardigheden of attitude. Met de komst van meer maatwerk kunnen leerdoelen echter beperkend werken, omdat deze vaak gekoppeld zijn aan lessen en uitgaan van één leerroute. Binnen het hoger beroepsonderwijs wordt daarom sinds enkele jaren gewerkt met leeruitkomsten. 

Leerdoelen vs. leeruitkomsten

Wat is nu precies het verschil tussen leerdoelen en leeruitkomsten?

Leerdoelen
Een leerdoel geeft aan wat je wilt bereiken met het onderwijs. Soms wordt ‘leerdoel’ gebruikt als synoniem van de term ‘eindterm’ óf komt het hier uit voort. Een leerdoel specificeert duidelijk en concreet wat je beoogt leerlingen eigen te maken op het gebied van kennis, inzichten, vaardigheden en attitude. Er is meestal in opgenomen hoe zij zich dit eigen moeten maken en hoe zij dit dienen te bewijzen. Daarbij is het veelal de norm dat je als docent doelen SMART formuleert:

  • Specifiek – Is de doelstelling eenduidig?
  • Meetbaar – Onder welke (meetbare/observeerbare) voorwaarden of vorm is het doel bereikt?
  • Acceptabel – Zijn deze doelen acceptabel voor de doelgroep?
  • Realistisch – Is het doel haalbaar?
  • Tijdsgebonden – Wanneer (in de tijd) moet het doel bereikt zijn?

Leeruitkomsten
Een leeruitkomst is een meetbaar resultaat van leerervaringen die je in staat stelt er zeker van te zijn tot welke hoogte/niveau/standaard een competentie is gevormd of verbeterd. Leeruitkomsten zijn geen unieke eigenschappen van een leerling of student, maar uitspraken die je als docent in staat stellen om te meten of leerlingen hun competenties hebben ontwikkeld op het vereiste niveau c.q. een samenhang tussen kennis, inzichten, vaardigheden en attitude kunnen aantonen.

Belangrijk verschillen
Wat zijn nu concreet de verschillen?

· Leeruitkomsten gaan over ‘getoonde’ en niet ‘gewenste’ resultaten.
· Leeruitkomsten zijn gekoppeld aan toetsing, niet aan lessen.
· Leeruitkomsten gaan vaak over groter geheel zijn daarom duurzamer.
· Leeruitkomsten gaan over het eindresultaat en niet de weg er naartoe.

Waarom leeruitkomsten

Bij leerdoelen gaat het naast het resultaat veelal om het proces: wat wordt van de leerling op welke manier wanneer verwacht en/of wat wil de docent bereiken. Daarbij zijn leerdoelen gekoppeld aan de lessen en vaak relatief concreet. Bij leeruitkomsten gaat om het resultaat en niet de manier waarop deze wordt bereikt. Met andere woorden: er wordt van leerlingen gevraagd om kennis, inzicht, attitude of vaardigheden aan te tonen, waarbij de manier waarop zij daar komen niet van belang is. Daarbij zijn leeruitkomsten dus gekoppeld aan toetsen en vaak relatief groot.

Kijkend naar de huidige ontwikkeling binnen het onderwijs, waarbij het steeds meer over maatwerk gaat, maakt het gebruik van leertruikomsten dat je erkent dat (Goedhals, J. 2016):

  • meerdere wegen naar Rome leiden;
  • mensen op verschillende manieren leren;
  • er buiten school ook leerervaringen/belevingen worden opgedaan;
  • er leerervaringen worden opgedaan die onzichtbaar blijven;
  • de leermethoden die de opleiding aanreikt niet de enige juiste hoeft te zijn.

Wat maakt een goede leeruitkomst

Leeruitkomsten vormen de basis voor het ontwikkelen van het onderwijs en de toetsing. Door middel van goed beschreven leeruitkomsten kun je er ook voor zorgen dat het onderwijs en de toetsing goed op elkaar aansluiten. Een leeruitkomst is een beschrijving van wat de leerling kan doen als resultaat van wat hij/zij heeft geleerd.

In een leeruitkomst zijn minimaal drie componenten opgenomen:

  • een gedragscomponent: wat moet de leerlingen doen/laten zien. Hiervoor gebruik je een werkwoord (bijvoorbeeld uit de taxonomie van Bloom, De Block, Biggs (SOLO), Krathwohl, Romiszowski of Miller)
  • een inhoudscomponent: ten aanzien van welk onderwerp wordt de handeling uitgevoerd (het wat)
  • voorwaarden/context waarin (het hoe); met behulp van…, in samenwerking met…., in overleg met…, vanuit deze theorieën…
  • soms ook prestatie en hulpmiddelen

Voorbeelden van toetsbare leeruitkomsten:

“De student vertoont gedrag A, met betrekking tot inhoud B onder voorwaarden C, waarbij hulpmiddelen D worden gehanteerd wat leidt tot prestatie E.”

“Behandelt brandwondenslachtoffers volgens de EHBO-richtlijnen (gedrag) (inhoud) (context).”

Een handig en compleet hulpmiddel dat gebruikt kan worden om leeruitkomsten te omschrijven is de integratiematrix van SLO.


Gebruiken in het voortgezet of primair onderwijs?

Zou je leeruitkomsten ook kunnen gebruiken in het voortgezet of primair onderwijs? Uiteraard is het in beide gevallen een type onderwijs waarin – ten opzichte van het hoger beroepsonderwijs – basiskennis/basisvaardigheden worden aangeleerd binnen een relatief homogene setting: concreet en een eenduidig zijn is soms wenselijker. Bij het voortgezet onderwijs dwingt het examen je er soms bovendien toe vooral één weg te bewandelen met je leerlingen.  Dit is een duidelijk verschil het hoger beroepsonderwijs. Toch biedt het gebruik van leeruitkomsten wel meer ruimte en zou het binnen de context van het voortzet en primair onderwijs prima kunnen worden ingezet om meer recht te doen aan de verschillen tussen leerlingen.

Hoe sta je zelf tegenover leeruitkomsten? Heb je er ervaring mee? We lezen het graag terug in een reactie hieronder!

Wessel Peeters

Wessel Peeters

Onderwijskundige, daarvoor docent maatschappijleer en loopbaanbegeleiding in het voortgezet onderwijs. Alumnus master leren en innoveren. Veel bezig met en praat graag over curriculumontwikkeling, hersenen & leren, formatief evalueren, gamification en digitale didactiek. Mede-oprichter van Vernieuwenderwijs.

2 reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  • Vind het nogal een semantische discussie: de leerdoelen van moderne vreemde talen zijn al jaren gelijktijdig “leeruitkomsten”: zie “Taalprofielen” van het SLO over de ERK-niveaus en pakkende voorbeelden.

    • Dag Laurens, klopt – de ERK bekijkend lijken dat inderdaad uitkomsten te zijn. Je ziet die beweging gelukkig bij meer vakken. Toch zie je ook dat het vaak blijft hangen op iets weten, kennen of inzien, in plaats van het aantonen daarvan, waardoor er automatisch gekeken wordt naar aanleren/lessen, in plaats van het de uitkomst daarvan (en dus verschillende routes om daar te komen). Nuance verschil, maar wel een die bepalend kan zijn voor hoe docenten denken en handelen. Zie het niet zozeer als een discussie, meer een aandachtspunt 🙂

Volg ons

Makkelijk op de hoogte blijven van onze activiteiten? Volg ons op social media of via onze RSS feed!

✉️ Nieuwsbrief

✏️ Artikel plaatsen

Ook een artikel plaatsen op Vernieuwenderwijs? Maak dan je eigen account aan:

Account maken →

🔎 Ook interessant: