Vernieuwenderwijs

Succescriteria delen met Google Forms

Eerder schreven we al over manieren om succescriteria te delen met leerlingen. Deze blog eindigde met een belofte om nog enkele voorbeelden te laten zien. Deze keer laten we zien hoe je Google Forms kunt gebruiken om succescriteria te delen en bespreken met leerlingen. Je kunt deze werkwijze gebruiken bij elke opdracht waarbij er meerdere antwoorden mogelijk zijn.

Wat zijn succescriteria?

Als docent weet je vaak wel wanneer een leerling een opdracht ‘goed’ heeft gemaakt. Maar weten je leerlingen dit ook? Leerlingen moeten de leerdoelen begrijpen en weten wanneer een leerdoel succesvol behaald is. De eisen die een docent stelt om een leerdoel te behalen, noem je succescriteria.

Voorbeeld: schetskaart

Een van de manieren waarop we hogere denkvaardigheden bij aardrijkskunde trainen is het maken van een schetskaart. Een complexe opdracht waarbij leerlingen met behulp van een kaart antwoord moeten geven op een geografische vraag.

In onderstaande kaarten hebben leerlingen een antwoord gegeven op de vraag ‘waardoor is er ongelijkheid in India?’. Het is de afsluiting van een lessenserie met als leerdoel ‘leerlingen kunnen de ruimtelijke en sociale ongelijkheid in India beschrijven en verklaren’.

De eerste keer dat leerlingen zo’n kaart maken hebben ze geen idee wat ze moeten doen. De vraag is dan ook steeds “is het zo goed?”. Helaas is er geen ‘juist’ antwoord. Elke leerlingen zal andere kleuren en symbolen gebruiken om het verhaal te vertellen. Maar hoe bespreek je dan waar deze opdracht aan moet voldoen: wat de succescriteria zijn? Hiervoor gebruiken we deze vragenlijst in Google Forms.

Twee voorbeelden van schetskaarten die antwoord geven op de vraag ‘waardoor is er ongelijkheid in India?’.

Nabespreking cruciaal

Leerlingen krijgen vier eindproducten van voorgaande jaren te zien (waaronder de twee kaarten hierboven) en moeten daarover met Google Forms de volgende vragen beantwoorden:

  1. Op welke kaart zie je de regionale ongelijkheid het best?
  2. Op welke kaart zie je de sociale ongelijkheid het best?
  3. Op welke kaart zie je de relaties met het buitenland het best?
  4. Op welke kaart zie je de duidelijkste indeling van de legenda?
  5. Op welke kaart zie je de binnenlandse migratie het best?
  6. Op welke kaart is de welvaart in de kustgebieden het duidelijkst weergegeven?
  7. Op welke kaart is de armoede in het noordoosten het duidelijkst weergegeven?

In deze vragenlijst staan de succescriteria. Zo moet de leerling de ongelijkheid laten zien tussen de welvarende kustgebieden en het arme noordoosten van India. Helaas is er ook hierbij niet één juiste manier. Het is de bespreking van de verschillende mogelijkheden die deze manier van werken zo krachtig maakt. Wat maakt dat de ene manier duidelijker of overzichtelijker is dan de andere? Wat laat je wel of juist niet zien? Hoe kan dit ook anders? Door dit te bespreken en te verwijzen naar de verschillende voorbeelden ontwikkelen leerlingen een gevoel (een ‘neus’) voor kwaliteit, noodzakelijk om zelf iets met kwaliteit te kunnen leveren (Sadler, 1989). Hierbij is Google Forms een mooi hulpmiddel om snel te bepalen hoe kwaliteit het beste weergegeven kan worden. In het tabblad ‘antwoorden’ worden de antwoorden van leerlingen namelijk mooi gevisualiseerd.

Kaart 2 en 3 laten volgens de klas beide sociale ongelijkheid zien. Tijdens de klassikale bespreking kun je ingaan op de manier waarop deze sociale ongelijkheid weergegeven wordt op beide kaarten. Welke overeenkomst is er? Of zijn er ook verschillen? Wat maakt dat je geen sociale ongelijkheid ziet op kaart 4? Wat is er nodig om dit succescriteria te behalen?

Kaart 1 geeft volgens de klas overduidelijk binnenlandse migratie het beste weer. Wat kun je leren van deze kaartenmaker? Waarom was het bij de andere kaarten minder duidelijk?

Aanpassen

Na de bespreking moeten leerlingen meteen tijd krijgen hun eigen producten te toetsen aan dezelfde succescriteria (vragen) en aan te passen. Omdat in de nabespreking duidelijk is geworden dat geen enkele kaart op alle punten perfect is, heeft het voor leerlingen geen zin om een kaart na te tekenen. Wel kunnen ze goede strategieën uit de verschillende kaarten combineren om tot een beter eindproduct te komen.

Omdat leerlingen ook minder goede voorbeelden hebben gezien, zullen ze minder snel geneigd zijn diezelfde fouten te maken.

Gebruik deze strategie niet bij het begin van de opdracht, maar laat leerlingen eerst zelf iets produceren. Het leerrendement van het verbeteren van het eigen werk is vervolgens groter.

Suggesties voor gebruik

In deze blog hebben wij de opdracht over de schetskaart als voorbeeld gebruikt om te laten zien hoe je Google Forms kunt gebruiken om succescriteria te delen en te bespreken met leerlingen. Je kunt deze werkwijze toepassen bij elke opdracht waarbij er meerdere antwoorden mogelijk zijn. Met je mobiele telefoon is het makkelijk om leerlingwerk te fotograferen en toe te voegen aan een digitale vragenlijst, of te projecteren op het bord.

Hieronder enkele voorbeelden:

  • Bij Nederlands kun je verschillende inleidingen van een betoog gebruiken om te bepalen in hoeverre deze overtuigend en/of pakkend zijn.
  • Bij kunst kun je denken aan het vergelijken van de vormgeving van affiches. Wat zijn de succescriteria als je let op kleurgebruik en compositie?
  • Voor moderne vreemde talen kun je verschillende vertalingen van teksten laten zien om te bepalen aan welke criteria een goede vertaling moet voldoen.
  • Voor biologie kun je verschillende concept maps over de samenhang tussen abiotische en biotische factoren in een ecosysteem laten zien, om vervolgens samen te bepalen welke het beste de samenhang laat zien en waarom.

Je hoeft hierbij niet altijd het complete werk te gebruiken, maar inzoomen op één of enkele aspecten. Soms is het raadzaam om leerlingenwerk van voorgaande jaren te gebruiken, omdat leerlingen bij het beoordelen van van anoniem werk meer afstand kunnen nemen en dus objectiever kunnen oordelen.

Heb je zelf tips of ervaringen hoe je succescriteria samen met leerlingen kunt delen en/of bespreken? Laat het ons weten in de reacties!

Literatuur

Sadler, D. R. (1989). Formative Assessment and the Design of Instructional Systems. Instructional Science, 18, 119-144.

Wiliam, D. & S. Leahy (2018). Formatieve assessment: integreren in de praktijk. Rotterdam, Nederland: Bazalt.

Ilona Wevers

Docent op De Nieuwste School in Tilburg, daarvoor tevens lerarenopleider bij Fontys Hogescholen Tilburg. Veel bezig met en praat graag over alternatieve toetsvormen, werken vanuit doelen, toekomstgericht onderwijs en zoeken naar ruimte in je programma.

Reinier Geurts

Docent aardrijkskunde en humanics op De Nieuwste School in Tilburg. Veel bezig met en praat graag over de koppeling tussen theorie en praktijk op het gebied van: vakoverstijgend werken, formatief evalueren, gamification, effectief gebruik ICT en betekenisvol onderwijs. Mijn kennis, ideeën en ervaringen deel ik via de begeleiding van docententeams en individuele docenten.

Reageer

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

✏️ Artikel plaatsen

Ook een artikel plaatsen op Vernieuwenderwijs? Maak dan je eigen account aan:

Registreren →

✉️ Nieuwsbrief

💡 Meer weten?

Als docenten en onderwijskundigen bieden we actieve workshops, inspirerende lezingen en innovatietrajecten. Bekijk onze diensten voor meer informatie!

Ga naar →

✉️ Net als meer dan 2500 anderen wekelijks een nieuwsbrief ontvangen, met onze nieuwste artikelen
én interessante linkjes? Vul hier je gegevens in:
Je hebt je succesvol geabonneerd!