Vernieuwenderwijs

Rubrics waardevol inzetten: een meer holistische benadering

Veel scholen en opleidingen gebruiken rubrics om feedback te geven en om te beoordelen. Een rubric is in de basis daarvoor een krachtige tool. Toch komt het regelmatig voor dat een complex, integraal product of handeling een afvinklijst wordt waar automatisch een cijfer uitrolt. Om een rubric waardevol in te zetten is het belangrijk om voldoende professionele oftewel holistische ruimte te hebben. In dit artikel daarvoor enkele concrete tips. 

Rubrics

Rubrics zijn er in verschillende soorten en maten. In de basis is het een tabel, bestaande uit criteria en niveaus van die criteria. Deze criteria gaan bijvoorbeeld over een product zoals een verslag of een handeling zoals een presentatie. De rubric wordt dan gebruikt om aan aan studenten (leerlingen) inzichtelijk te maken in hoeverre zij aan de criteria voldoen oftewel de bovenliggende doelen of leeruitkomsten beheersen – wat vaak ook wordt gebruikt om een summatieve beoordeling te geven c.q. beslissing te nemen. De meest gebruikte vorm van rubric is de analytische rubric, waarbij verticaal de criteria staan en horizontaal doorgaans 4 niveaus (bijv. onvoldoende, voldoende, goed en uitstekend) van die criteria worden aangegeven:

Andere, minder bekende vormen van rubrics zijn bijvoorbeeld de holistische rubric, waarbij alle criteria steeds samenvallen onder één niveau of de rubric van één (single-point-rubric), waarbij er geen niveaus staan maar er per criteria kan worden aangegeven wat goed gaat of nog beter kan. Deze laatste vorm is vooral bedoeld voor feedback en een goed inhoudelijk dialoog en wordt bijvoorbeeld ook gebruikt bij de low-stake momenten van programmatisch toetsen.

Uiteraard zijn er ook nog verschillende tussenvormen, waarbij het steeds meer overloopt van analytisch naar holistisch (Van Berkel et al., 2017):

Voordelen en nadelen van rubrics

Een rubric is geen wondermiddel: het heeft zowel voordelen als nadelen. Als voordeel kan worden gezien dat het aan zowel studenten als docenten onderling, duidelijk maakt wat de criteria en bijbehorende expliciete verwachtingen (succescriteria) zijn. Dit geeft richting aan het leren, helpt om feedback te geven en maakt het voor studenten makkelijker om in te zien waar zij staan. Het kan zodoende een krachtige tool zijn om het leren te sturen en ondersteunen.

Als nadeel kan worden gezien dat het leren vertaald naar hokjes, zeker als de criteria te strak worden geformuleerd. Het wordt dan eerder een to-do lijst voor studenten, dan een feedback- of beoordelingsinstrument. Daarbij kan het voorkomen dat studenten een cijfer behalen ‘omdat het zo uit de rubric komt rollen’, terwijl je als professional aanvoelt dat dit niet helemaal klopt (‘Ja hij heeft wel 3 voorbeelden genoemd.. maar ze zijn wel erg matig’). Soms zorgt dit er zelfs voor dat je een vinkje verschuift om tot het cijfer te komen dat je eigenlijk voor je ziet. Op die manier kan een rubric zorgen voor schijnobjectiviteit: een complex product als een scriptie past dan ook moeilijk in een schema.

Om rubrics krachtig in te zetten is het dan ook belangrijk om er enerzijds mee duidelijk te maken wat er van studenten verwacht wordt en er anderzijds niet een afvinklijst van te maken waar automatisch een cijfer uitrolt. Om een rubric krachtig in te zetten is het belangrijk om voldoende professionele ruimte te bieden oftewel om deze holistisch genoeg te maken.

Een meer holistische benadering

Criteria moeten helderheid geven, maar geen afvinklijst zijn en de beoordeling of feedback moet helder, maar niet automatisch in beton gegoten zijn. Hieronder daarom twee tips om een analytische rubric waardevol te maken.

De criteria

De criteria van een rubric geven aan wat studenten moeten kennen, kunnen of doen. Het is daarbij belangrijk dat het voor studenten en docenten helder wát ze moeten laten zien, maar dat daarbij wel ruimte gelaten wordt hóe dat wordt aangetoond: zet kwaliteit en niet kwantiteit voorop en laat studenten nadenken over hoe ze het moeten aanpakken (vergelijkbaar met epistemische feedback).

Je verantwoord je interventie met drie aangereikte theorieën.

Je verantwoord je interventie met enkele passende theorieën.

De niveaus
In lijn met de criteria, is het ook bij de niveaus van belang dat de kwaliteit voorop staat en dat er dus voldoende ruimte wordt gelaten voor eigen invulling van de student en professionele ruimte van de docent.

De beoordeling

Zorg er bij beoordeling voor dat er altijd ruimte over blijft voor een professionele blik: laat het cijfer niet automatisch ontstaan (berekend worden) op basis van waar de kruisjes zijn geplaatst. Een manier om dit te ondervangen is door een marge aan te geven. Deze marge wordt dan verduidelijkt door hoe vaak een niveau is gescoord. Heeft een student bijvoorbeeld het meest niveau 3, dan wordt het in het voorbeeld hieronder een 7 – 8.5, waarbij het eerder een 8 of 8.5 zal worden, omdat er daarna de meeste kruisjes bij niveau 4 staan.

Uiteraard zijn er ook andere marges mogelijk. De kern van deze manier van beoordelen is dat het duidelijkheid geeft en tegelijkertijd holistisch genoeg is.

Passende didactiek

Het bovenstaande vraagt wat van je didactiek: dat wat niet duidelijk wordt uit de rubric, moet in de lessen duidelijk worden: sta bijvoorbeeld regelmatig duidelijk stil bij één of meer criteria. Een student wordt zich er zo bewust van wát er dan bedoeld wordt met ‘enkele goed onderbouwde voorbeelden’. Heldere doelen (of leeruitkomsten), gevolgd door modeling en succescriteria en vervolgens tussentijdse feedback zijn daarbij essentieel.

Een belangrijk onderdeel daarvan is ook om rubrics vanaf dag één inzichtelijk te maken voor studenten: op het moment dat de criteria en niveaus holistisch genoeg zijn hoef je je daarbij geen zorgen te maken dat studenten ‘het dan precies gaan nadoen’ . Je mag je daarbij overigens ook afvragen hoe erg dat is als ze het goed doen, want is dat niet precies wat je wilt? Het wiel zelf uitvinden zorg vaak voor een onnodige cognitieve belasting: goed autorijden leer je ook pas als je je diploma hebt. Ook wordt soms het argument op tafel gelegd ‘dat de criteria nog niet duidelijk genoeg oftewel toonbaar zijn’.. hoe kun je er dan mee beoordelen? Maak aan studenten duidelijk wat de succescriteria zijn; laat hen geen wedstrijd spelen zonder de regels te kennen.

Een mooie werkvorm om de criteria inzichtelijker te maken voor studenten, is om om hen zelf een rubric te laten maken (waarbij soms verrassend mooie dingen uit naar voren komen!).

Rubric voor rubrics

Benieuwd of jouw rubric, met het bovenstaande scherp in het vizier, goed is opgezet? Bekijk dan ook eens de door ons eerder gedeelde de rubric voor rubrics (Van Berkel et al., 2017; Mullenix, B. 2012) waarbij je stap voor stap alle elementen van je rubric kunt nalopen.

 

Literatuur

Van Berkel, H., Bax, A., & Joosten-ten Brinke, D. (Red.). (2017). Toetsen in het hoger onderwijs. (4e herziene druk). Houten: Bohn, Stafleu Van Lochem.

Wessel Peeters

Wessel Peeters

Onderwijskundige HAN University of Applied Sciences. Daarvoor docent Maatschappijkunde Vmbo en coördinator Havo. Genomineerd voor leraar van het jaar 2018. Praat graag over en is graag bezig met didactiek, leerstrategieën, curriculumontwerp en veranderkunde. Mede-oprichter van Vernieuwenderwijs.

6 reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

💡 Onze diensten

Als docenten en onderwijskundigen bieden we actieve workshops, inspirerende lezingen en innovatietrajecten. Bekijk onze diensten voor meer informatie:

Ga naar →

Blijf op de hoogte!

Elke week dit soort artikelen & interessante linkjes ontvangen?

Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief!

Please wait...

Bedankt, je staat op onze mailinglijst!