Vernieuwenderwijs

Programmatisch toetsen in het voortgezet onderwijs – Buurtcollege Agora Maas en Peel

Op welke manier kun je als school inzicht krijgen in de ontwikkeling van leerlingen, zonder enkel te kijken naar vooraf vastgestelde toetsmomenten? En hoe gebruik je data om samen met leerlingen het leerproces vorm te geven? Vanuit die vragen hebben we stappen gezet richting programmatisch toetsen: een vorm van toetsen die vooral bekend is uit het hoger onderwijs en veel kansen kan bieden voor het voortgezet onderwijs. Meer daarover en het proces om daar te komen in dit artikel!

De eerste stappen van dit jaar

Eerder schreven we al over Buurtcollege Agora Maas en Peel, een Agora school die dit jaar is gestart. Op die school zijn we dit schooljaar gestart met de zoektocht naar de perfecte challenge. Een volgende stap in het proces was het integreren van de kerndoelen in het onderwijs. De kerndoelen zijn veelal een voorbereiding op de eindtermen oftewel het examenprogramma. Concreet zijn we begonnen met het omzetten van de kerndoelen naar kernvragen, die leerlingen kunnen meenemen in hun challenges.

De vervolgstap was het inzichtelijk maken van het leren van leerlingen. Hoe maak je kernvragen betekenisvol? Hoe maken we ontwikkeling breder dan dat? In onze zoektocht hebben we gekeken naar psychologisch welbevinden en programmatisch toetsen.

Hieronder de vervolgstappen die we de laatste tijd hebben gezet. Het zijn stappen waarbij verschillende onderdelen samenkomen – goed om er dus even voor te gaan zitten!

Het vervolg: de uitdagingen bij toetsing

Binnen een regulier toetsprogramma, zoals een PTO of PTA, maken leerlingen op vastgestelde tijden summatieve toetsen die vaak worden beoordeeld met een cijfer. Het gemiddelde van de cijfers vormt de cijferlijst, wat weer de basis vormt voor bijvoorbeeld het overgaan of blijven zitten of het schoolexamen (SE). Vertaald naar Agora onderwijs zou je kunnen stellen dat een challenge een toetsmoment is waarbij leerlingen aantonen bepaalde leerdoelen te hebben behaald, waarop ze dan kunnen worden beoordeeld.

Deze traditionele manier van toetsen brengt echter enkele uitdagingen met zich mee. Zo moeten leerlingen vaak relatief veel toetsen maken waarbij zij weinig ruimte hebben voor herhaling en het verwerken van feedback, oftewel leerruimte waarbij diep leren centraal staat. Ten tweede gaat het om momentopnames, waarbij alles wat daarbuiten gebeurt geen waarde heeft. Ten derde is de samenhang tussen of binnen de verschillende vakken lang niet altijd aanwezig. Dit alles maakt maakt dat de cijfers die leerlingen halen lang niet altijd zo valide zijn als gewenst of gedacht: “Ja hij staat wel een 7, maar dat komt door de SO’tjes” of “Ja, hij staat wel een 5, maar dat komt puur door dat ene proefwerk.”. Wat zegt een cijfer nu écht? We hechten er vaak veel waarde aan, maar hoe terecht is dat?

De uitdagingen bij traditioneel toetsen

Anders toetsen, anders beoordelen

Buiten de uitdagingen die een traditioneel toetsprogramma brengt, is er ook nog de visie van Agora. Allereerst wordt er bij Agora onderwijs niet gewerkt met cijfers of andere vormen van beoordelen: de ontwikkeling staat centraal. Ten tweede staan niet de kerndoelen of eindtermen centraal, maar de algehele ontwikkeling. Ten derde vindt die ontwikkeling altijd en overal plaats en kun je dit dus niet beperken tot gezette tijden of plaatsen.

De vragen die centraal kwamen te staan waren: leerlingen leren bij ons een hoop, maar hoe duiden én richten we dat meer? En hoe maken we dat beter inzichtelijk, zodat wij samen met leerlingen het leerproces kunnen sturen?

In onze zoektocht naar een meer holistische benadering van toetsing waarbij de algehele ontwikkeling centraal staat, hebben we ons gewend tot programmatisch toetsen (Schilt-Mol, at al 2021) – een vorm van toetsen die met name bekend is in het hoger onderwijs.

In het kort worden bij deze manier van werken toetsen (datapunten) gebruikt om bewijs te leveren over en feedback te verzamelen op leerdoelen (leeruitkomsten) – toetsen als middel en niet als doel. Op basis van de data vindt eens per paar weken een tussenevaluatie plaats (low-stake) en uiteindelijk na een langere periode waarin voldoende data wordt verzameld, een beoordeling (high-stake). Meer over deze manier van werken kun je lezen op onze themapagina programmatisch toetsen.

Programmatisch toetsen

De vertaalslag: datapunten

De kern van programmatisch toetsen zijn de datapunten, oftewel momenten die ontwikkeling zichtbaar maken en feedback uitlokken. Dus niet iedere kleine opdracht die leerlingen maken, maar ook niet enkel die grote presentatie die zij na weken werken geven. Te weinig data geeft het een summatief karakter, te veel data maakt het beeld troebel. Zodoende hebben we als team een start gemaakt met het vaststellen van wat een datapunt een datapunt maakt: het is een betekenisvol moment, een moment wat duidelijk een leerpunt laat zien óf iets is om trots op te zijn. Hierbij hebben we uitgesproken per leerling 2 – 3 datapunten per week te willen verzamelen.

Ook hebben we hierbij gesproken over de Agora concepten als inspiratiesessies en het leren buiten het schoolgebouw. (Hoe) willen we dit vastleggen? Net zoals de toetsing een middel is, hebben we vastgesteld dat ook een inspiratiesessie een middel is: het is didactiek waaruit een datapunt naar voren kan komen. Het is dus niet nodig om puur de deelname er aan vast te leggen.

De vertaalslag: low-stake en high-stake

Low-stake gesprekken vormen een belangrijke tussenevaluatie: het moment waarop leerlingen met hun coaches en/of groepsgenoten bewust stilstaan bij hun ontwikkeling. We hebben uitgesproken dit eens per 3 weken plaats te laten vinden. Op dat moment heeft een leerling ongeveer 9 datapunten en de tijd gehad feedback te verwerken – dit overigens buiten alle reguliere coachgesprekken die doorlopend plaatsvinden.

Wat maakt een high-stake? In het hoger onderwijs een moment waarop studiepunten worden toegekend. Binnen een visie waarbij cijfers niet worden gegeven en vooral de ontwikkeling centraal staat, hebben we dit geduid als het moment waarop beslissingen worden genomen over bijvoorbeeld het niveau van een vak. Anders gezegd: het moment waarop leerlingen middels hun data aantonen één of meer vakken op een bepaald niveau te willen gaan afsluiten oftewel willen starten aan hun programma van toetsing en afsluiting (PTA). Een moment dat wordt gebruikt om een belangrijk afslag te nemen in hun ontwikkeling. Dit alles hebben we inzichtelijk gemaakt middels een ‘student journey’.

Student journey met daarin het beoogde leerproces

De ruggengraat: Psychologisch welbevinden

Binnen programmatisch toetsen vormen de leeropbrengsten de ruggengraat: datapunten oftewel toetsen zijn een middel, niet en doel op zichzelf, dat wordt gebruikt om ontwikkeling aan te tonen ten aanzien van de leeropbrengsten. Vanuit een eerdere reeks werksessies hadden we al vastgesteld dat we de zes dimensies van psychologisch welbevinden (Ryff, 1989) zien als ruggengraat: een goed model om dat wat op de school wordt geleerd te duiden. Zo kunnen de dimensies worden gebruikt om woorden én richting te geven aan de ontwikkeling van de leerlingen.

… en de perspectieven

Naast de algehele ontwikkeling, hebben we vervolgens weer gekeken naar de kerndoelen. Op welke manier kunnen we een goede trap vormen richting de eindtermen oftewel het examenprogramma, zonder af te doen aan de beoogde manier van leren en beoordelen? Naast psychologisch welbevinden hebben we er daarom gekozen om gebruik te maken van de perspectiefgericht benadering van Janssen et al. (2020), een methodiek die Agora breed wordt toegepast. Deze manier van leren bestaat uit 20 perspectieven, zoals het psychologisch, biologisch en wiskundig-perspectief. Het zijn ‘brillen’ waardoor je naar vraagstukken kunt kijken, zoals bij het werken aan de challenge. De perspectieven zijn zo samengesteld dat ze de verschillen kerndoelen en eindtermen dekken. Zo vormt het een indeling van de verschillende vakken oftewel eerder geformuleerde kernvragen.

Meer over de perspectieven in een volgend artikel.

Ook is er gekeken naar aspecten als loopbaanbegeleiding, burgerschap en digitale geletterdheid: in hoeverre kunnen we deze inzichtelijk te maken? De dimensies van psychologisch welbevinden en de perspectieven bleken deze aspecten samen goed te dekken.

Zo hebben we dus besloten dat psychologisch welbevinden en de perspectieven samen de ruggengraat vormen van het leerproces van de leerlingen.

Een praktische tool

Betekenisvolle momenten zichtbaar maken is één ding, maar hoe maak je het inzichtelijk? Hoe zorg je er voor dat de data makkelijk kan worden vastgelegd én gebruikt? Het vraagt om een laagdrempelige tool: een tool waarmee je in een handomdraai een datapunt vastlegt en met hetzelfde gemaakt de data uitleest om om erover in gesprek te gaan met leerlingen en of ouders. Andersom gedacht wil je ook dat leerlingen makkelijk data kunnen vastleggen en de data snappen om erover het gesprek te kunnen voeren: je wilt dat leerlingen eigenaar zijn van hun eigen data oftewel leerproces.

Daarbij vinden we het belangrijk dat leerlingen diezelfde data makkelijk kunnen presenteren tijdens bijvoorbeeld een community avond (ouderavond) of een ander presentatie-moment.

In de zoektocht naar een passende tool zijn we de samenwerking aangegaan met onze partner Onderwijs Maak Je Samen. Inmiddels zijn diverse coaches en leerlingen gestart met het testen van de tool op basis waarvan deze de komende tijd wordt doorontwikkeld zodat deze steeds beter aansluit bij de wensen.

De vervolgstappen

Wat is het vervolg? Allereerst gaan we door met het verder concretiseren van het bovenstaande. Vragen als: kan het zijn dat een leerling maanden niets laat zien van één dimensie? Duid je data alleen kwalitatief of ook kwantitatief? en wanneer bereik je ‘saturatie’ oftewel ruim voldoende data rondom het beoogde leerresultaat?

Daarnaast richten we ons op het verder uitrollen van de aanpak: zorgen dat het team hierover dezelfde taal spreekt en het betrekken van ouders en leerlingen. Zo hebben we een planning gemaakt en is één van de belangrijkste dingen daarbij het eigenaarschap van het verzamelen van data steeds meer neer te leggen bij de leerlingen.

Tot slot

We hebben dit jaar de basis gelegd voor ons onderwijs. We hebben ons verdiept in didactische principes, gewerkt aan kernvragen en gedacht over de waarde van data in het onderwijs. In de artikelen hierover is vooral het onderwijskundige proces omschreven. Echter, minstens net zo belangrijk – of misschien wel het belangrijkste – is het sociale proces: als team samen blijven werken aan het ontwerpen en geven van krachtig, ontwikkelingsgericht onderwijs oftewel samen leren door ontwerp. Goed onderwijs gaat niet enkel over het systeem: het gaat over een gezamenlijke cultuur.

Meer over onze vervolgstappen in een volgend artikel, volgend schooljaar 😊

Wessel Peeters

Wessel Peeters

Mede-oprichter van Vernieuwenderwijs en onderwijskundige bij Buurtcollege Agora Maas en Peel. Daarvoor enkele jaren onderwijskundige in het HBO en negen jaar docent Maatschappijleer en Geschiedenis op het Vmbo en Havo. Praat graag over en is graag bezig met: didactiek, curriculumontwerp, toetsing, leren leren en veranderkunde. Actieve ontwikkelaar, onderzoeker en spreker.

Reageer

Geef een reactie

💡 Onze diensten

Wil je hiermee aan de slag en kun je hulp gebruiken? Als docenten en onderwijskundigen helpen we graag. Bekijk hier ons aanbod:

Ga naar →

Blijf op de hoogte!

Elke week dit soort artikelen & interessante linkjes ontvangen in onze nieuwsbrief?

Please wait...

Bedankt, je staat op onze mailinglijst!