Vernieuwenderwijs

Programmatisch toetsen: 8 dilemma’s voor het ontwerp

Programmatisch toetsen is een holistische benadering waarbij wordt gekeken naar de gehele ontwikkeling van de student. Bij het ontwerpen van een curriculum met deze vorm van toetsing kun je als team tegen enkele vraagstukken aanlopen: dilemma’s die goed zijn om met elkaar te bespreken, om zo samen te werken aan jullie ontwerp én visie op opleiden. In dit artikel acht veelvoorkomende dilemma’s, praktisch weergeven op kaarten om met elkaar het gesprek over aan te gaan.

Programmatisch toetsen

Programmatisch toetsen is een holistische benadering waarbij wordt gekeken naar de gehele ontwikkeling van de student. Het doel van programmatisch toetsen is én het optimaliseren van de betrouwbaarheid van beslissingen én het stimuleren van het leerproces van de student. Eerder schreven we al een artikel waarin we in gaan op het waarom, wat en hoe van programmatisch toetsen en schreef docent Olivier Glas twee artikelen over zijn praktijkervaring met programmatisch toetsen.

Het ontwerpen van een curriculum met programmatisch toetsen is relatief complex, omdat het op diverse punten anders is dan dat we vaak gewend zijn. Zo wordt er sterk holistisch beoordeeld en wordt er erg sterk ingezet op formatief handelen. Daarbij kun je als team verschillend keuzes maken: programmatisch toetsen is een concept en geen recept.

Die keuzemogelijkheden leiden tot verschillende vraagstukken oftewel dilemma’s die belangrijk zijn om met elkaar te bespreken. Op die manier werk je samen toe naar een krachtig toetsprogramma op basis van onderbouwde keuzes. Door hier als team samen mee bezig te zijn werk je zo ook aan jullie visie op toetsen en het beroep. Dat is een belangrijke basis voor krachtig onderwijs: leren door ontwerp.

Dilemma’s

Welke dilemma’s zijn waardevol om met elkaar te bespreken? Op basis van onze praktijkervaring hieronder acht dilemma’s om met elkaar mee aan de slag te gaan.

1. In hoeverre mogen studenten een keuze hebben in de hoeveelheid en het type datapunten?
Autonomie is belangrijke voor de motivatie. Door studenten een keuze te geven raken zij vaak meer gemotiveerd, waardoor zij bijvoorbeeld gemiddeld genomen meer plezier ervaren en beter presteren. Gemiddeld, want te veel keuzevrijheid kan averechts werken. Ook wil je de validiteit van je datapunten bewaken. Welke keuze maak je hierin?

2. Welke rol hebben de low-stake momenten bij het nemen van een high-stake beslissing?
Low-stake momenten zijn momenten om bewust stil te staan bij de ontwikkeling. Ze zijn een belangrijke informatiepunt voor het high-stake moment. Je wilt enerzijds niet dat het ‘gehaald’ moet worden, maar anderzijds wel dat het waarde heeft in het geheel. Zo zou je het kunnen zien als een ‘stoplicht’ moment, waarbij het goed, twijfelachtig of niet zo goed gaat. Summatieve gevolgen zou het echter niet mogen hebben. Welke keuze maak je hierin?

3. Moeten studenten bij een high-stake alle leeruitkomsten of competenties voldoende beheersen voor een positieve beoordeling?
Leeruitkomsten zijn een operationalisering van competenties. Op het moment dat een student aantoont 2 van de 3 leeruitkomsten onder een competentie voldoende te beheersen, heeft hij of zij dan de competentie voldoende aangetoond? Als dat niet het geval is, dan heeft de student niet alle competenties voldoende aangetoond. Is dat erg, als hij of zij enkele andere competenties bijvoorbeeld uitzonderlijk goed heeft aangetoond? Met andere woorden: moet het overal ‘voldoende’ zijn of mag er een balans zijn?

4. Op basis waarvan wordt vastgesteld of een student een leeruitkomst voldoende heeft aangetoond?
Willen jullie als team, in afstemming met elkaar, holistisch vaststellen of iets voldoende is op basis van de (feedback op) de datapunten? Hoe zorg je er dan voor dat jullie grotendeels op één lijn zitten? Je zou een analytische rubric kunnen maken die je bij de high-stake en datapunten gebruikt, maar hoe zorg je er dan voor dat dit niet dusdanig veel invloed heeft dat toch een analytische beslissing wordt?

5. Hoe vaak moet een leeruitkomst worden aangetoond voor een valide beslissing?
Als een student één keer overtuigend laat zien een leeruitkomst te beheersen, is dit dan voldoende, of toeval? Moet een student het vaker aantonen, en gaat dit twee keer prima en de derde keer echt niet goed, kun je dan stellen dat hij of zij het wel kan of toch niet?

6. In hoeverre sluit de huidige didactische aanpak aan bij programmatisch toetsen?
Programmatisch toetsen gaat over het vormgeven van het curriculum, wat iets anders is dan didactiek. Wel kun je stellen dat deze vorm van toetsen vraagt om een grotere focus op het feedbackproces, waarbij containerbegrippen als formatief handelen en didactisch coachen relatief belangrijk zijn. In hoeverre sluit jullie huidige didactische aanpak daar op aan? Welke keuzes wil je hier in maken in het vervolg?

7. Wie moeten onderdeel uitmaken van het panel voor de high-stake beslissing?
Het is gebruikelijk dat een panel van ±3 professionals de high-stake beslissing nemen. Wil je dat dit enkel docenten zijn of ook mensen uit het werkveld, bijvoorbeeld van stageplaatsen? En wil je dat deze personen de student kennen of juist niet? Of misschien een deel van het panel? En wil je dat de SLB’er hierbij betrokken is of neemt hij of zij juist het low-stake moment voor zijn of haar rekening?

8. In hoeverre wordt het werkveld betrokken bij het nemen van de beslissingen?
Je wilt streven naar het opleiden in de driehoek (opleiding, onderzoek, praktijk). In hoeverre betrek je het werkveld bij het nemen van beslissingen? Mogen werkplekbegeleiders bijvoorbeeld feedback geven op relevante datapunten? Zijn zij betrokken bij een low-stake moment? En/of misschien ook onderdeel van het high-stake panel? Wat de keuze ook is: op welke manier bereid je professionals uit het werkveld hier op voor (bv. kalibratie)?


Acht dilemma’s dus om als team goed bij stil te staan. In het gesprek hierover kun je ook bij nieuwe vraagstukken terechtkomen. We zijn benieuwd of je deze dilemma’s herkent en welke beslissing jullie als team hierin hebben genomen: laat gerust een reactie achter!

Succes én veel plezier met het gezamenlijk werken aan deze dilemma’s.

Kaarten

De dilemma’s hebben we op kaarten gezet, zodat je deze kunt printen en uitknippen, om ze zo met het team te bespreken. De kaarten zijn gemaakt in het format van de CurriculumKit HO, zodat je ze hier meteen in kunt integreren.

Mocht je nog aanvullende dilemma’s hebben dan lezen we die ook graag hieronder terug, zodat we deze eventueel kunnen toevoegen aan deze kaartenset.

Download kaarten

Wessel Peeters

Mede-oprichter van Vernieuwenderwijs en onderwijskundige bij Buurtcollege Agora Maas en Peel. Daarvoor enkele jaren onderwijskundige in het HBO en negen jaar docent Maatschappijleer en Geschiedenis op het Vmbo en Havo. Praat graag over en is graag bezig met: didactiek, curriculumontwerp, toetsing, leren leren en veranderkunde. Actieve ontwikkelaar, onderzoeker en spreker.

Reageer

Geef een reactie

💡 Onze diensten

Wil je hiermee aan de slag en kun je hulp gebruiken? Als docenten en onderwijskundigen helpen we graag. Bekijk hier ons aanbod:

Ga naar →

Blijf op de hoogte!

Elke week dit soort artikelen & interessante linkjes ontvangen in onze nieuwsbrief?

Please wait...

Bedankt, je staat op onze mailinglijst!