Vernieuwenderwijs

Deze onderwijstheorieën moet je kennen

Als we spreken over onderwijs moeten we het eigenlijk ook hebben over de verschillende onderwijstheorieën die aan de basis van hoe we denken over leren liggen. We leren steeds meer over hoe de hersenen werken en hoe we leren, maar het blijft daarbij nog steeds bij verschillende theorieën.

Deze kijk op leren bepaalt voor een groot deel ook de manier van lesgeven die je als docent hebt. Daarbij doe je dat meestal niet direct bewust vanuit een van deze theorieën, maar je zult zien dat er veel herkenning zal zijn. Door hier bewuster van te zijn kun je als docent ook verder zoeken naar het verbeteren van je eigen lesgeven. Hieronder daarom de belangrijkste onderwijs theorieën, uitgelegd en met voorbeelden.

Behaviorisme

Vanaf het begin van de 20ste eeuw is deze stroming ontstaan. Onder leiding van onder andere Watson en Skinner is de theorie zo goed mogelijk uitgewerkt, waarbij het eigenlijk neer komt op ‘oefening baart kunst’. Door te oefenen en te trainen moet de leerling uiteindelijk zonder nadenken een bepaalde handeling uit kunnen voeren. Daarnaast is de externe prikkel belangrijk: al het gedrag komt volgens Watson en Skinner voort op basis van externe prikkels.

Voorbeelden van behaviorisme zijn nu ook nog te zien: het straffen en belonen van leerlingen op basis van zichtbaar gedrag bijvoorbeeld. ‘Streepjes zetten’ bij een drukke klas of bonuspunten geven aan leerlingen die het huiswerk maken zijn ook voorbeelden van behaviorisme anno nu.

Cognitivisme

Vanaf de jaren 30 komt deze nieuwe stroming op. Hierbij gaat het over wat er in de hersens af speelt, waarbij het vooral gaat over de manier van denken achter de handeling. Het hoofd van een leerling wordt gezien als een ‘Black Box’, die gevuld kan worden met kennis. Het gaat daarbij ook om het begrijpen wat er in die Black Box gebeurt. Dit ging in tegen de gedachte van het behaviorisme, waarbij de gedachten van de lerende geen rol spelen.

Er zijn ook nu nog veel voorbeelden van cognitivisme te zien in het onderwijs. Met name het stellen van vragen om het denken te bevorderen past hierbij, maar ook het concept van voortbouwen op voorkennis. Ook het geven van feedback op hoe er geleerd wordt past bij het cognitivisme.

Constructivisme

In de jaren 60 ontstaan er weer nieuwe ideeën over leren en onderwijs. Bruner bedenkt dat leren een sociaal proces is en dat het gaat om het beeld dat de lerende maakt van de kennis die aangereikt wordt. Hieruit komen onderwijsvormen als projectgestuurd leren, waarbij leerlingen in groepen zelf op zoek gaan naar het juiste antwoord. Het reflecteren op het geleerde is hierbij ook erg belangrijk.

Het constructivisme, en dan met name het sociaal-constructivisme ligt ook tegenwoordig nog aan de basis van veel ‘vernieuwend’ onderwijs. Door te werken in groepen en in projecten wordt er geprobeerd om de leerling in staat te stellen zo goed mogelijk te leren. Leren wordt daarbij gezien als een actief proces, waarbij de lerende echt mee moet doen. Dit in tegenstelling tot het behaviorisme en het cognitivisme, waarbij de leerling behoorlijk passief is.

Constructionisme

In 1980 schrijft Seymour Papert het boek ‘Mindstorms: Children, Computers and Powerful Ideas’, waarmee hij verder gaat op de ideeën van Piaget, waarbij leren gaat om kennis construeren. Maar, zegt Papert, daar moet dan ook echt iets bij gemaakt worden. Leren door te maken en leren om te maken is volgens Papert de manier waarop er echt geleerd wordt.

Tegenwoordig krijgt deze stroming steeds meer aandacht en aanhangers. Het concept van Maker Education is bijvoorbeeld gebouwd op het gedachtegoed van Papert, waarbij leerlingen dingen maken en daarbij nieuwe kennis opdoen. Vaak gebeurt dit ook in projectvorm waarbij samengewerkt moet worden. Het gebruik van computers maakt daarbij dat leerlingen op veel verschillende manieren kunnen maken en leren.

Connectivisme

De bovenstaande theorieën zijn allen gebaseerd op het vergaren van kennis. George Siemens bedacht daarom in 2005 dat leren eigenlijk niet over kennis gaat, maar over netwerken. Kennis is namelijk veranderlijk, en het moet er dus om gaan dat leerlingen leren hoe ze kennis kunnen verkrijgen en kunnen gebruiken. Maar daarbij hoort ook dat het belangrijk is om afstand te kunnen nemen van ‘oude’ kennis. Nieuw in deze theorie is dat hierbij ook geleerd kan worden tussen niet-menselijke (lees: digitale) structuren.

Het connectivisme is vooral terug te zien in de manier waarop leerlingen buiten school leren. Door verschillende netwerken te gebruiken als YouTube, Wikipedia, en sociale netwerken te gebruiken leren leerlingen ontzettend veel. De taak van de docent is dan vooral om dit leren te begeleiden, en de leerling kritisch te leren kijken naar de informatie de gedeeld wordt.

Dit zijn dus de 5 belangrijkste theorieën over leren, op dit moment. Het interessante hier aan is de verschillende acties die passen bij het gedrag van veel docenten. Je herkent waarschijnlijk direct de collega’s die passen bij de verschillende visies van deze manieren van denken over leren. Maar waar sta je zelf?

Michiel Lucassen

Michiel Lucassen

Docent, alumnus master leren en innoveren, maar bovenal een enthousiaste en gedreven leraar met veel ideeën over hoe onderwijs beter, leuker en mooier kan. Veel bezig met en praat graag over makersonderwijs, creativiteit, 21st century skills en onderwijs voor de toekomst. Mede-oprichter van Vernieuwenderwijs.

4 reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

✏️ Artikel plaatsen

Ook een artikel plaatsen op Vernieuwenderwijs? Maak dan je eigen account aan:

Registreren →

✉️ Nieuwsbrief

💡 Meer weten?

Als docenten en onderwijskundigen bieden we actieve workshops, inspirerende lezingen en innovatietrajecten. Bekijk onze diensten voor meer informatie!

Ga naar →

✉️ Net als meer dan 2500 anderen wekelijks een nieuwsbrief ontvangen, met onze nieuwste artikelen
én interessante linkjes? Vul hier je gegevens in:
Je hebt je succesvol geabonneerd!