Onderwijsonderzoek

Leerlingen uitdagen door gedifferentieerde toetsing

Geschreven door Laurens Lucassen

Differentiatie is niet meer weg te denken uit het hedendaagse onderwijs. Dit is ook niet zo gek, als je nagaat dat de beginselen van differentiatie in het Nederlandse onderwijs dateren van halverwege de 18e eeuw (Boekholt & Booy, 1987). Het begrip differentiatie kent meerdere definities. De meest voorkomende definitie is die van Koning, 1973. In dit artikel wordt een definitie gebruikt die hieraan ontleend is, namelijk; ‘het uitdagen van de individuele leerling door aan te sluiten bij verschillen in niveau’.

Dat differentiatie een actueel thema is, blijkt uit het recent verschijnen van meerdere artikelen over dit onderwerp (Valk, 2014; Kuiper, 2015). In het artikel geschreven door Kuiper (2015) pleit de voorzitter van de VO raad Paul Rosenmöller ervoor dat leerlingen de mogelijkheid moeten krijgen om vakken te volgen op verschillende niveaus en hier ook examen in kunnen doen. Dit zou betekenen dat leerlingen zich kunnen ontwikkelen op het niveau wat bij hen past. Een leerling zou in dit scenario bijvoorbeeld Frans kunnen afsluiten op vwo-niveau en Engels op havo-niveau.

Erg herkenbaar voor docenten in het VO, zijn de brugklassen waarin het niveau sterk uiteen loopt. De beste leerlingen uit de klas komen thuis met achten en negens, omdat ze onder hun daadwerkelijke niveau werken, terwijl anderen in dezelfde klas thuiskomen met vieren en vijven, omdat voor hen de lesstof mogelijk te moeilijk is. Voor beide groepen is de huidige situatie dus niet ideaal. Het is in te denken dat deze situatie voor beide groepen demotiverend werkt. Ebbens & Ettekoven (2005) schrijven hierover dat elke leerling uitgedaagd moet worden op zijn of haar niveau om het maximale uit zichzelf te halen. De oplossing van het probleem is dan ook mogelijk gebaseerd op dit principe. Moeten we hier dan niet naar handelen?

Een kritisch punt is dat veel (jonge) docenten nog niet zijn voorbereid op het differentiëren in de klas en werkzaam zijn op een school waar differentiatie niet in de lespraktijk voorkomt (Callahan, Eiss, Imbeau, Landrum, Tomchin, & Tomlinson, 1997).

Het Maaslandcollege in Oss streeft naar uitdaging van de leerlingen op niveau en doet nu onderzoek naar hoe de huidige situatie verbeterd kan worden. De spreuk van de school, verleg je grenzen, zie je terug in meerdere aspecten. Denk hierbij aan het uitdagen van de leerlingen om beter te presteren, het digitaal onderwijs en extra les in bijvoorbeeld Italiaans, Chinees, of Irish cooking. Ook wordt door middel van onderzoek gewerkt aan praktijkverbetering.

Om een goed beeld te krijgen van differentiatie in niveau is er op het Maaslandcollege onderzoek gedaan in een brugklas mavo/havo bij het vak Frans. In dit artikel worden de uitkomsten gepresenteerd van dit onderzoek en worden er suggesties gedaan voor verbeteringen.

De noodzaak van differentiatie

Zoveel diversiteit in een klas en dan toch dezelfde uitleg, opdrachten en toetsen. Uit meerdere onderzoeken (Coubergs, Struyven, Engels, Cools, & Martelaer, 2013; Bruning, Weijhrother, Kamphof, & Boer, 2014) blijkt dat het uitdagen op niveau belangrijk is voor de ontwikkeling van leerlingen. Een leerling die nooit lager scoort dan een acht, zal op een gegeven moment de motivatie verliezen, omdat de lesstof en de toetsen niet uitdagend genoeg zijn (Blom, et. al., 2013). Een verkapte poging om deze leerling uit te dagen door een strengere norm te hanteren is, gezien het niveau van de klas, geen juiste. Door een strengere norm te hanteren gebeurt er namelijk niets met het niveau van de toetsen, waar juist de aandacht op moet worden gevestigd. Als je tegemoet wilt komen aan de ontwikkeling van de individuele leerling, dan zullen de toetsen moeten worden aangeboden op het niveau dat bij iedere leerling past. Het is mogelijk dat differentiatie in toetsing de eerste stap is richting maatwerkdiploma’s, waar Kuiper (2015) over heeft geschreven.

Inzicht in de lespraktijk

Zoals eerder aangegeven is er op het Maaslandcollege onderzoek gedaan naar differentiatie naar niveau. Dit onderzoek is uitgevoerd in een brugklas mavo/havo, bestaande uit 13 leerlingen met een mavo-advies en 16 met een havo-advies. Het doel van het uitgevoerde onderzoek is om inzicht te krijgen in de mate van differentiatie in deze klas.

Differentiatie naar niveau is in dit onderzoek onderverdeeld in de dimensies differentiatie in toetsing, tempo, opdracht en instructie. De eerste manier om inzicht te krijgen in de lespraktijk is door het afnemen van een leerling-enquête. Aan de hand hiervan is onderzocht hoe de leerlingen het uitdagen op niveau ervaren. Deze enquête is verdeeld in de eerdergenoemde dimensies. De tweede manier om inzicht te krijgen in de lespraktijk is door een gefilmde les te laten observeren door meerdere docenten. Aan de hand hiervan is bekeken op welke manieren er wordt gedifferentieerd in de mavo/havo klas. Om de les gestructureerd te observeren is een observatieschema ontwikkeld met dezelfde dimensies als bij de leerling-enquête. Door bij zowel de enquête als bij het observatieschema dezelfde dimensies te hanteren, worden dezelfde vormen van differentiatie gemeten.

Na het analyseren van de verzamelde data, is duidelijk geworden dat er een tekort wordt ervaren aan differentiatie in toetsing. Uit de mavo/havo klas gaven 11 van de 29 leerlingen aan behoefte te hebben aan meer uitdaging in de toetsen, terwijl 7 leerlingen juist teveel uitdaging ervaren. Dit betekent dat 18 leerling de toetsen niet op het juiste niveau ervaren en meer differentiatie in de toets gewenst is. Ook de docenten die de les hebben geobserveerd, merkten het tekort aan differentiatie in toetsing op. Reden genoeg dus om hierop in te zetten.

Vervolgstappen

Met de wetenschap dat er niet voldoende wordt gedifferentieerd in toetsing bij het vak Frans in de brugklas mavo/havo, is er gezocht naar een structurele oplossing. Het idee achter differentiatie in toetsing is dat de leerlingen in een klas allemaal dezelfde basisstof moeten beheersen, maar dat de sterkere leerlingen op een hoger niveau worden getoets en dus meer uitdaging krijgen (Tomlinson & Strickland, 2005).

Op basis van de huidige prestaties van de leerlingen is de mavo/havo klas verdeeld in twee groepen; de groep die voldoende uitdaging ervaart en de groep die meer uitdaging wil of aankan. Vervolgens zijn de toetsen die normaliter worden gegeven aan de mavo/havo klas kritisch herzien. De toetsen worden nu verdeeld in mavo-opdrachten die elke leerling moet maken en in havo-opdrachten die verplicht zijn voor de leerlingen die extra uitdaging nodig hebben of aankunnen. Het verschil in de mavo- of havo-opdrachten zit vooral in het inzichtelijk en creatief toepassen van de geleerde grammatica en vocabulaire. Een voorbeeld hiervan is dat aan een mavo-leerling wordt gevraagd om sec 10 woorden te vertalen, terwijl aan een havo-leerling wordt gevraagd om met deze 10 woorden een grammaticaal kloppende zin te maken. Het resultaat is een enkele toets waarin, naast de mavo-opdachten, ook voldoende havo-opdrachten zitten. Hierdoor wordt duidelijk meer uitdaging geboden aan de havo-leerlingen en blijven de mavo-leerlingen op hetzelfde niveau werken als voorheen. Wanneer een mavo-leerling goed presteert, kunnen de leerling en de docent afspreken dat ook de havo-opdrachten gemaakt worden. Een mavo-leerling kan zich op deze manier bewijzen.

Dit idee is in de praktijk gebracht en om het effect van de vernieuwde toetsing te meten, is de leerlingenquête opnieuw afgenomen. Hieruit blijkt dat nu nog slechts 2 van de 29 leerlingen behoefte hebben aan meer uitdaging in toetsing, waar dat voorheen 11 leerlingen waren. Met 4 van de 13 mavo-leerlingen is afgesproken om zich proberen te bewijzen door de havo-opdrachten in de toets te maken. Alle vier de leerlingen hebben een voldoende gehaald op havo-niveau, wat hen motiveert om blijvend deze uitdaging op te zoeken.

Conclusie

Uit het onderzoek op het Maaslandcollege is gebleken dat er onvoldoende wordt gedifferentieerd in toetsing, maar dat een toets met opdrachten op verschillende niveaus beter aansluit bij het uitdagen van de leerlingen. Volgens (Coubergs, et. al., 2013; Bruning, et. al., 2014) is uitdaging op niveau belangrijk voor de ontwikkeling van de leerlingen. Verder is het van belang om het hier gebruikte doel van differentiatie niet uit het oog te verliezen; het aansluiten bij de leerbehoefte van de individuele leerling om het maximale uit de leerlingen te halen.

Veel docenten zijn nog niet voorbereid op differentiatie in de klas, maar laat ambities om gedifferentieerd onderwijs te bieden vooral niet tegenhouden door opmerkingen van collega’s als ‘differentiëren kost teveel voorbereiding’ of ‘verschillende toetsen kan norm-technisch gezien niet’ (Callahan, et. al., 1997). Om dit te voorkomen, kan het helpen om met de vakgroep na te denken over hoe de toetsen verdeeld kunnen worden in verschillende niveaus om tegemoet te komen aan de verschillende niveaus van de leerlingen in de klas. Aangezien differentiatie in toetsing zijn bijdrage lijkt te leveren aan het uitdagen van de leerling op niveau, is het van belang om hier verder onderzoek naar te doen.

Voor de toekomst is het interessant om dit onderzoek breder uit te voeren. Door een groter aantal klassen en verschillende niveaus mee te nemen in een vervolgonderzoek, wordt de betrouwbaarheid van de bevindingen groter.

Bij Vernieuwenderwijs zijn we continu op zoek naar inspirerende onderwerpen, waarbij ook gastschrijvers meer dan welkom zijn om een artikel te plaatsen! Interesse? Neem dan gerust contact met ons op.

Literatuur
Blom, P., Dammers, T., Kamphuis, J., & Keene, J. (2013). Motiveren door differentiëren: Een onderzoek of differentiatie effect heeft op de leerervaring van brugklasleerlingen met een voorsprong binnen de vakken Muziek en Engels. Utrecht: Universiteit Utrecht, Centrum voor Onderwijs en Leren.

Boekholt, P. Th. F. M. & Booy, de, E., P. (1987). Geschiedenis van de school in Nederland vanaf de middeleeuwen tot aan de huidige tijd. Uitgeverij Van Gorcum

Bruning, M., Von Weijhrother, J., Kamphof, G., & de Boer, G. ( 2014). Excelleren mogelijk maken. Amersfoort: CPS Onderwijsontwikkeling en advies, in opdracht van het ministerie van OCW. (pp 9 – 29)

Callahan, C.M., Eiss, N., Imbeau, M., Landrum, M., Tomchin, E. M., & Tomlinson, C.A. (1997). Becoming Architects of Communities of Learning: Addressing Academic Diversity in Contemporary Classrooms. Exceptional Children. Vol. 63, No.2, 269-282.

Coubergs, C., Struyven, K., Engels, N., Cools, W., & Martelaer de, K. (2013). Binnenklas-differentiatie: leerkansen voor alle leerlingen. Vrije universiteit Brussel: ACCO.

Ebbens, S., & Ettekoven, S. (2005). Effectief leren. Groningen: Wolters-Noordhoff.

Haarbosch, G., Kieviet, K.J., & Schenkels, J.J.J. (2012). Beleid & Differentiatie: boter bij de vis? Universiteit Utrecht, Centrum voor Onderwijs en Leren, Alfacluster/Bètacluster

Kuiper, R. (2015). Diploma op maat beter voor scholier. Geraadpleegd op 6 – 4 – 2015, van http://www.volkskrant.nl/dossier-onderwijs/paul-rosenmoller-diploma-op-maat-beter-voor-scholier~a3926890/

Koning, P. de. (1973). Interne Differentiatie. Amsterdam: APS / RITP.

Tomlinson, C. A., & Strickland, C. A. (2005). Differentiation in Practice: A Resource Guide for Differentiating Curriculum, Grades 9–12. Virginia: ASCD.

Valk, van der, T. (2014). Excellentie en differentiatie: Met praktijkvoorbeelden van vo-scholen uit het netwerk van het Junior College Utrecht. Utrecht: school aan zet.

Over de schrijver

Laurens Lucassen

Docent Frans en alumnus Master Leren en Innoveren. Hij zoekt in de praktijk naar de toevoeging van digitale middelen op het leerproces en kijkt daarbij vooral naar de mogelijkheden die het biedt tot differentiatie.

Laat een reactie achter

Pin It on Pinterest

Net als meer dan 1000 anderen wekelijks een nieuwsbrief ontvangen, met onze nieuwste artikelen
én interessante linkjes? Vul hier je gegevens in:
Je hebt je succesvol geabonneerd!