Vernieuwenderwijs

Innovatie in scholen, waarom is dat zo moeilijk?

Innovatie lijkt een toverwoord: er zijn steeds minder scholen die niet zeggen bezig te zijn met innoveren. Maar er is ook een andere kant: want hoeveel innovaties slagen nu eigenlijk? Vaak begint het enthousiast en goed, maar valt het daarna toch tegen. Hoe komt dit? En kun je dit voorkomen?

Er moet wat veranderen…

Als school sta je midden in de maatschappij. Elke lichting leerlingen is weer anders en elk jaar is daarom weer een nieuwe uitdaging. Daarnaast richt een school zich op de lange termijn, waarbij je hoopt dat leerlingen zo veel mogelijk leren wat ze kunnen gebruiken in de toekomst.

Het is daarom niet vreemd dat het op scholen vaak gaat over innovatie. Of het nu vanuit de docenten of vanuit de schoolleiding komt, er is altijd wel iets wat verbeterd kan worden. Een innovatie kan daarbij heel groot of heel klein zijn. Het zijn allemaal innovaties: van een compleet nieuwe structuur voor een school tot een aantal kleine aanpassingen in een lesprogramma.

Een goed begin van de innovatie

Er wordt een plan gemaakt, mensen worden betrokken en vaak is er ook nog gedacht aan het organiseren van tijd. De innovatie gaat van start! Enthousiast gaat iedereen aan de slag met het onderzoeken van de innovatie en er wordt gedacht over hoe de innovatie gaat zorgen voor beter onderwijs. De energie is aanstekelijk en de ‘sky is the limit’. Maar dan…

Na een tijdje beginnen de eerste problemen op te spelen. De geplande innovatie blijkt lastiger dan gedacht, het rooster speelt niet mee, er is toch meer tijd nodig. Collega’s blijken toch een ander beeld te hebben van de uiteindelijke uitkomst, leerlingen vinden de vernieuwing moeilijk. Het kan van alles zijn, maar die positieve energie van het begin van de innovatie is langzaam aan het verdwijnen.

Uiteindelijk loopt het dan niet goed af. Misschien is het oorspronkelijke plan wel uitgevoerd, maar als je dan realistisch terugkijkt zie je dat de doelen niet echt gehaald zijn. De vernieuwing wordt niet gesteund of gedragen. Na heel veel werk is er maar heel weinig veranderd.

Wat gaat er mis?

Een school is een complexe omgeving, dus er kunnen allerlei verschillende redenen zijn waarom een innovatie uiteindelijk niet oplevert wat er verwacht werd. Toch kun je wel stellen dat er een aantal dingen zijn die vaak zorgen voor de problemen. De volgende drie dingen zijn daarom belangrijk om een innovatie te laten slagen:

Gedeelde visie en ambitie: Is het een innovatie waar iedereen achter staat? Of beter nog: is de innovatie van iedereen? Als er een gezamenlijk visie en ambitie ontbreekt, dan wordt het erg ingewikkeld om samen richting hetzelfde doel te werken. Een visie of ambitie moet daarom ook met alle betrokkenen opgesteld worden, zodat het gedragen wordt door iedereen. Vaak wordt dit overgeslagen, omdat het voelt als een onnodige stap die het proces vertraagt of zelfs kan zorgen dat er geen proces komt.

Attitudes en mindset: een innovatieproces is eigenlijk een leerproces. Dat betekent dat iedereen die betrokken is open moet staan om nieuwe dingen te leren. Daarbij hoort het ook dat je fouten maakt, en dat je hier elkaar op kunt aanspreken. Het is daarom moeilijk om een innovatie te laten slagen als er verschillende attitudes tegenover de innovatie zijn. Na het vormen van een gezamenlijke visie en ambitie is het dus ook nodig om het hier over te hebben. Want wat doe je als team wanneer het niet goed loopt? Hoe kijk je aan tegen het moeten leren van nieuwe dingen en het afleren van oude gewoontes?

Overtuigingen: in een innovatieproces spelen ook de overtuigingen van de betrokkenen een grote rol, en ook dit is een punt waar vaak aan voorbij wordt gegaan. Is iedereen echt overtuigt dat dit de manier is om het onderwijs te verbeteren? Stel dat het gaat om leerlingen meer ruimte te geven: wat is dan de overtuiging van de docenten? Kunnen leerlingen dit wel juist niet? Het idee kan dan hetzelfde zijn, iedereen kan de juiste mindset hebben, maar als je niet echt geloofd dat het kan, dan wordt het heel ingewikkeld.

Best lastig dus, zo’n innovatie!

Een innovatie starten in een school is dus vaak niet het probleem. Een school echt innoveren is daarbij iets heel anders. Zoals je ziet zijn er verschillende dingen die er voor kunnen zorgen dat het uiteindelijk niet tot het gewenste resultaat komt. Hoe goed de literatuur ook is, hoe netjes de piketpaaltjes geslagen zijn en hoe duidelijk de doelen ook zijn: de menselijke kant is wat het proces zo complex maakt.

Betekent dit dat een innovatie bij voorbaat kansloos is? Zeker niet! Door rekening te houden met bovenstaande punten en op een praktische manier aan de slag te gaan kun je grote en kleine innovaties laten slagen. Aanpakken dus, die problemen!

Michiel Lucassen

Michiel Lucassen

Docent, alumnus master leren en innoveren, maar bovenal een enthousiaste en gedreven leraar met veel ideeën over hoe onderwijs beter, leuker en mooier kan. Veel bezig met en praat graag over makersonderwijs, creativiteit, 21st century skills en onderwijs voor de toekomst. Mede-oprichter van Vernieuwenderwijs.

2 reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  • Beste Michiel,
    Dit artikel geeft me een onbehaaglijk gevoel. Dit ligt enerzijds aan de onduidelijkheid over wat hier nu precies wordt verstaan onder innovatie, anderzijds aan dat wat beschreven staat onder ‘ een goed begin van innovatie’ helemaal niet perse een goed begin is.
    Vernieuwing, verbetering, innovatie, veranderen. Het lijkt veel op elkaar en is toch best anders. Kleine veranderingen kunnen prima ongepland, liever zelfs. Bijvoorbeeld door Kaizen of scrum. Grote veranderingen hebben een ‘plan’ nodig in die zin dat betrokkenen het eens zijn over de richting en het einddoel. Maar niet een plan in de zin van planning. Grote veranderingen zijn namelijk niet te plannen. Hier kun je kijken naar bijvoorbeeld begeleiding, coaching, autonomie-vergroting en taakverandering. Bovenal is het bij grote veranderingen zaak om met elkaar in contact te blijven. Gaan we nog de gewenste richting op? Hebben we nog in beeld hoe we bij het einddoel gaan komen samen? Waar zijn de voorbeelden van het nieuwe, gewenste gedrag?
    Ik krijg het idee dat het artikel vooral doelt op inhoudelijke innovatie en vervolgens de procesmoeilijkheden hierbij benoemt. Dat is niet erg, maar het zou denk ik helpen als dat duidelijker is.

    Dat innovatie lastig is, ben ik het geheel mee eens. En inderdaad, in de aanpak is het goed om te kijken naar de menselijke kant. Organisaties zijn verzamelingen van mensen. Organisatieverandering is in die zin (sterk gesimplificeerd) een collectieve gedragsverandering. En daar gaat het inderdaad om!
    Dank voor deze zienswijze met interessante en prikkelende zienswijze en prima conclusie

    • Hoi Guy,

      Dank voor je uitgebreide reactie! Ik denk dat we op de zelfde lijn zitten qua gedachten! Dit artikel moet je denk ik vooral zien binnen het kader van onze andere artikelen over veranderingen/vernieuwingen/innovatie. Innovatie zie ik daarbij als een verandering of vernieuwing die je probeert doelmatig te bereiken. En dat is natuurlijk altijd een leerproces, waarbij zowel de structuur als de inhoud als de mensen een belangrijke rol spelen. Vooral dat laatste wordt nog wel ineens vergeten ‘aan de tekentafel’, terwijl daar juist ontzettend veel gebeurt…

✏️ Artikel plaatsen

Ook een artikel plaatsen op Vernieuwenderwijs? Maak dan je eigen account aan:

Registreren →

✉️ Nieuwsbrief

Volg ons

Makkelijk op de hoogte blijven van onze activiteiten? Volg ons op social media of via onze RSS feed!

💡 Meer weten?

Als docenten en onderwijskundigen bieden we actieve workshops, inspirerende lezingen en innovatietrajecten. Bekijk onze diensten voor meer informatie!

Ga naar →

✉️ Net als meer dan 2500 anderen wekelijks een nieuwsbrief ontvangen, met onze nieuwste artikelen
én interessante linkjes? Vul hier je gegevens in:
Je hebt je succesvol geabonneerd!