Onderwijsonderzoek

Het Pygmalion-effect: de invloed van verwachtingen

Geschreven door Wessel Peeters

Schilderij: Pymalion (Jean-Baptiste Regnault. 1786)

Neem een klas in gedachte die je les geeft. Denk hierbij aan de intellectueel ‘sterke leerlingen.’ Behandel jij hen anders dan de rest van de klas? Volgens onderzoek is die kans, ook al ben je je er niet altijd bewust van, sterk aanwezig. Leerlingen zullen zich hierdoor anders gaan gedragen en daardoor ook beter presteren. Een vicieuze cirkel dus: Het Pygmalion-effect. 

Prins Pygmalion

Waar staat ‘Pygmalion’ voor? Daarvoor moeten we kijken naar de Grieks mythologie, naar een verhaal van de Griekse dichter Ovidius.

Pygmalion was in de Griekse mythologie een prins uit Cyprus die zich graag bezighield met beeldhouwen. Omdat hij bang was voor ontrouw, bleef hij liever vrijgezel. Hij maakte graag beelden van vrouwen. Zo werkte hij dagenlang aan een ivoren vrouwenbeeld. Hij maakte dit beeld zo perfect, dat hij er zelfs verliefd op werd.

Op een feestdag sprak Pygmalion bij een altaar van Aphrodite (Godin van de liefde, schoonheid en seksualiteit) de wens uit dat de goden hem een vrouw zouden geven. Hij had de moed niet om “die van ivoor” te zeggen en in de plaats zei hij “die lijkt op mijn ivoren vrouw”. Aphrodite, zelf aanwezig, begreep zijn wens: driemaal schoot een vlam hoog op, ten teken van genade.

Eenmaal thuis aangekomen kuste Pygmalion het beeld en.. kwam het tot leven! De sterke wens (verwachtingen) om een beeld tot leven te laten komen had dus voor mooi resultaat gezorgd.

Het onderzoek

Het ‘Pygmalion-effect‘ is de titel – en tegenwoordig een algemeen gebruikte term – van een onderzoek uit 1968. In dit onderzoek, gedaan door Robert Rosenthal en Leonore Jacobson, is onderzocht in hoeverre de verwachtingen van docenten invloed hebben op de prestaties van leerlingen. Om dit te onderzoeken hebben zij een I.Q.-test afgenomen bij leerlingen uit een klas van een basisschool in Californië. De uitslag van de test was alleen bekend met de onderzoekers. Vervolgens hebben Rosenthal en Jacobson met de docenten van die klas enkele leerlingen besproken waarvan je op basis van de I.Q.-test mag verwachten dat zij snel zouden groeien op intellectueel gebied; Zij zouden dus relatief goed gaan presteren.. In werkelijkheid ging het om willekeurig gekozen leerlingen. Aan het einde van het schooljaar werd er weer een I.Q.-test afgenomen bij de klas.

De Resultaten

Bij de uitslag van de tweede I.Q.-test bleek dat alle kinderen vooruit waren gegaan, maar de leerlingen waarover was gezegd dat zij een relatief goed zouden gaan presteren waren relatief méér vooruit gegaan. Het experiment is vervolgens op grotere schaal herhaald, waarbij leerlingen uit – en docenten van – meerdere klassen zijn betrokken bij het experiment. Ook bij dit experiment bleek dat de leerlingen die relatief goed zouden presteren, dat daadwerkelijk deden. Met name in de lagere klassen bleek dit het geval. Zie figuur 1, (Rosenthal, R., Jacobsen, L. 1968).

In de meeste gevallen ging het om een verschil van 10 I.Q., maar in enkele gevallen ging het om een verschil van 30 of meer I.Q. Zie figuur 2 (Rosenthal, R., Jacobsen, L. 1968). Al hoewel er nog veel discussie gevoerd kan worden over de exacte waarden van het meten van I.Q., tonen de gegevens wel aan dat er duidelijke verschillen zijn tussen de controle- en experiment-groep.

Uit het onderzoek kwam dus naar voren dat de verwachtingen die wij als docenten hebben, invloed hebben op de resultaten. Uit verder onderzoek blijkt dat wij onze verwachtingen via verbale en non-verbale communicatie overbrengen op het kind. Door deze communicatie wordt het voor een kind duidelijk wat er van hem of haar verwacht wordt en zal hij of zij zich zo gaan gedragen. Je kunt dan ook wel spreken van een Selffulfilling Prophecy.

Uiteraard kun je dit onderzoek ook breder trekken dan de verhouding tussen docent en leerling: verwachtingen van mensen hebben invloed.

Video over het onderzoek

Verder onderzoek

Het onderzoek van Rosenthal en Jacobsen (1968) was gericht op positieve verwachtingen. In navolging daarvan heeft Schrank (1985) een onderzoek gedaan naar negatieve verwachtingen. Op basis van zijn onderzoek formuleerde hij 8 concrete handeling die duidelijk een negatieve invloed hebben op de prestaties van de leerlingen (waar je minder van verwacht); snel opgeven bij de uitleg, vaker kritiek hebben, minder vaak succes erkennen, ongepast lof uiten (verkeerde moment), geen feedback geven op antwoorden, achteraan in het klaslokaal zetten, minder op letten of minder de interactie aan gaan, minder vriendelijke zijn of minder interesse tonen in het individu.

Het hierboven omschreven onderzoeken zijn vast niet heel verrassend, maar toch staan we er vaak onvoldoende bij stil. Om goed, gepersonaliseerd onderwijs te verzorgen is het belangrijk om een goed beeld te hebben van leerlingen hun capaciteiten. Ook vinden we het vaak belangrijk om onze aandacht te schenken aan leerlingen die wél willen. Maar in hoeverre ontstaan er dan verwachtingen waar een leerling aan zal proberen te voldoen, oftewel een selffulfilling prophecy?

Wat kun je er mee?

Al hoewel we door middel van onbewuste (non-)verbale communicatie onze verwachtingen overbrengen, kun je er als docent wel op letten dat je leerlingen gelijk behandeld. Geef je bijvoorbeeld alle leerlingen evenveel aandacht, ook leerlingen die achterin zitten? Ben je wel eens blanco, zonder voorkennis, een klas ingestapt? Op welke manier geef je feedback?

Aan aantal concrete tips:

Bronnen:

Rosenthal, Robert & Jacobson, (1968). Pygmalion in the classroom: The Urban Review 14: 16-20. 

Schrank W. (1968). The labeling effect of ability grouping: Journal of Educational Research 62:51-2

Rosenthal, Robert & Jacobson, (1992). Lenore Pygmalion in the classroom. Expanded edition. New York: Irvington

Christopher N. Candlin & David R. Hall. (2001). Applied Linguistics in Action Series, Zoltan Dornyei, Teaching and Researching Motivation, Person Education Limited.

Over de schrijver

Wessel Peeters

Docent maatschappijleer en loopbaanbegeleiding, spelfanaat, gadgetfreak en alumnus master leren en innoveren. Actief bezig met onderwijsinnovatie: ik doe onderzoek, blog, verzorg workshops over onder andere gamification en formatief evalueren en ben actief in het ontwikkelen van onderwijsmateriaal zoals video's en activerende didactiek.

Laat een reactie achter

Pin It on Pinterest

Net als meer dan 1000 anderen wekelijks een nieuwsbrief ontvangen, met onze nieuwste artikelen
én interessante linkjes? Vul hier je gegevens in:
Je hebt je succesvol geabonneerd!