Vernieuwenderwijs

Het Onderwijsvragenboek: waarom doen we de dingen zoals we ze doen?

Je bent net afgestudeerd in een vak, gaat werken op een school, krijgt een klas met 12-jarigen toegewezen, een planning aangereikt, gaat werken met een methode, geeft huiswerk en werkt daarmee naar toetsen waar je cijfers voor geeft, om uiteindelijk leerlingen succesvol naar het eindexamen toe te werken. Maar, waarom doe je dit zo? Waarom doen we dit allemaal zo? Een boek over waarom we de dingen doen die we doen en welke effecten het heeft als we het (niet) doen.

Het Onderwijsvragenboek

In dit recent verschenen boek onderzoeken Claire Boonstra, Claudette de Graaf Bierbrauwer en Nanda Carstens van Operation Education verschillende keuzes die we ooit hebben gemaakt bij de inrichting van het onderwijs. In navolging van een blogreeks van enkele jaren geleden, zijn diezelfde ondervragen nu gebundeld in een boek met 21 vragen over ons huidige onderwijssysteem. Bij iedere vraag wordt er uitgebreid ingegaan op hoe en waarom we het vandaag de dag zo doen, waar dit historisch gezien vandaan komt (leuk om te lezen!), wat daarvan de voordelen en nadelen zijn, en wat dan mogelijke alternatieven zijn. Voorbeelden hiervan zijn: Waarom hebben we jaarklassen, een centraal eindexamen en lange zomervakanties? Waarom gebruiken we standaard lesmethodes en gaan we uit van gemiddelden? Waarom geven we huiswerk? Waarom cijfers? En waarom ligt de focus op cognitieve ontwikkeling? Vervolgens wordt er in het laatste deel van het boek, op basis van de vragen, stilgestaan bij hoe en waarom het ook anders kan. Wat als we eens wat meer stil staan bij het feit dat ons onderwijs niet wetenschappelijk onderbouwd is en ook moeilijk kan zijn? en wat waarom ben je eigenlijk de leraar die je bent? Om dit alles te beantwoorden, worden een groot aantal en diversiteit aan bronnen aangehaald: onderzoeken, artikelen, boeken, etc.

Het boek is geschreven met het idee dat je in het onderwijs pas doelbewuste keuzes kan maken, als je jezelf fundamentele vragen hebt gesteld. We gaan ervan uit dat er goed is nagedacht over ons onderwijssysteem, over wat een ‘goed onderwijssysteem’ is en dat het gebaseerd is op wat ‘het juiste’ is voor de ontwikkeling van de mens. Maar is dat wel zo? Of laten we ons vooral leiden door patronen en gewoonten? Vorm geven aan nieuw onderwijs vraagt om ruimte: ruimte om te onderzoeken, ruimte om te experimenteren en ruimte in ons denken. Die ruimte ontstaat zodra je met nieuwe ogen naar ons huidige onderwijssysteem kunt kijken.

 

Het boek sluit goed aan bij de onderwijsdiscussies die de laatste jaren en zeker de laatste weken voorbij komen. Zo hoor je aan de ene kant geluiden als: klassikaal lesgeven is autoritair, leerlingen moeten meer gepersonaliseerd les krijgen en het eindexamen moet worden afgeschaft. Aan de andere kant zie je opmerkingen voorbij komen als: onderwijs moet vooral evidence informed zijn, directe instructie is de heilige graal van het onderwijs en het sociaal-constructivisme is een slechte raadgever.  Soms stevig onderbouwd, regelmatig kort door de bocht en te vaak ongenuanceerd geroep over hoe ‘het zou moeten’. Daarbij ontbreekt vaak de vraag: waarom doen we het (niet) zo? Zoals bekend is uit onderzoek draagt onze ‘confirmation bias‘ hier aan bij: we bevestigen graag onze voorkeur. Wil je echter duurzaam en betekenisvol met onderwijsinnovatie aan de slag, dan is het goed om bewust stil te staan en jezelf af te vragen: waarom doen we de dingen zoals we ze doen?

Waarom hebben we jaarklassen, een centraal eindexamen en lange zomervakanties? Waarom gebruiken we standaard lesmethodes en gaan we uit van gemiddelden? Waarom geven we huiswerk? Waarom cijfers? En waarom ligt de focus op cognitieve ontwikkeling?

Een voorbeeld

Een voorbeeld die in het boek naar voren komt, zijn jaarklassen. Waarom hebben we die? Waarom delen we leerlingen op basis van hun leeftijd in groepen in? En waarom kunnen leerlingen alleen doorgaan naar het volgende leerjaar als ze aan het einde ervan de leerstof beheersen die aan dat leerjaar is toegeschreven? Hoe is het zo gekomen? Wat zijn de voordelen, de nadelen en de alternatieven? Het historische onderzoek gaat terug naar de 14e eeuw, waar op een Latijnse School in Zwolle dit systeem voor het eerste is ingevoerd (en weinig navolging kreeg), al hoewel het pas in 1901 middels de leerplichtwet officieel werd ingevoerd. Destijds ging het om 6 schooljaren op basis van leeftijd. De reden voor de invoering was het goed kunnen vormgeven van een klassikale en efficiënte (directe) instructie: het was immers goed te organiseren. Op deze manier werd inhoud ook gekoppeld aan tijd: leerlingen van ongeveer dezelfde leeftijdsgroep krijgen ongeveer dezelfde leerstof aangeboden binnen een uniforme leersituatie. Daarbij komt bijvoorbeeld uit onderzoeken naar voren dat dit de saamhorigheid vergroot en effectief is voor het leerproces, met name voor beginnende leerlingen.

Het nadeel is echter dat de gelijkschakeling van leeftijd en psychische ontwikkeling niet juist is: dit is niet te vatten per leeftijd, zeker niet als je de verschillen tussen leerlingen per vak bekijkt. Er is weinig ruimte voor inter- en intra-individuele verschillen. Interindividuele verschillen zijn bijvoorbeeld verschillen in intelligentie, specifieke capaciteiten, belangstelling, tempo en sociale afkomst tussen leerlingen onderling. Intra-individuele verschillen zijn verschillen binnen één leerling ten aanzien van vakken en onderdelen binnen een vak. Daarbij komt dat de veronderstelling van gelijkmatige vooruitgang in alle vakken en het idee van gelijke prestatieniveaus en vergelijkbaarheid van cijfers niet klopt. Ook ontstaan er bijvoorbeeld prestatie- en motivatieproblemen: omdat de leerlingen vanaf het schoolbegin slechts op basis van leeftijd worden geselecteerd en klassikaal gegroepeerd, werken groeps- en leerprocessen binnen de klas en binnen de school in het nadeel van degenen die qua potentie of vorderingen het meest naar beneden of (aanvankelijk) naar boven afwijken van het gemiddelde.

Wat zijn alternatieven? Voorbeelden die worden gegeven zijn trapklassen, waarbij leerlingen op hun eigen niveau en tempo werken, een doorlopend leerlijn waarin ruimte wordt gegeven om te versnellen, het creëren van kleinere klassen om meer maatwerk mogelijk te maken of het werken met units waarin verschillende leeftijdscategorieën samen zitten, om op die manier meer holistisch te kijken naar leren en onderwijs – allen voorzien van en uitleg en bronnen om je verder in te verdiepen.

Erg interessant en nuttig

Waarom ben je docent geworden? Is een methode een oplossing of juist een probleem? Wist je dat je het examen gewoon met leerlingen mag bespreken? En wist je dat je vaak veel meer ruimte kan creëren in je PTA? Zoals valt terug te lezen in onze blogposts denken we zelf regelmatig over onderwijs, iets wat we tijdens onze bezoeken aan scholen en opleidingen dan ook graag meegeven aan docenten: sta wil bij waarom je iets doet.

Het Onderwijsvragenboek gaat over precies dat: het helpt je concreet en genuanceerd stil te staan bij de dagelijkse dingen die je als docent, teamleider, directeur of andere professional in het onderwijs doet. Dat maakt het nuttig, je zou bijna kunnen zeggen noodzakelijk, voor als je weloverwogen je onderwijs wilt innoveren.

Wat dit boek niet is, is een aaneenschakeling van cognitief psychologische feiten over hoe we het beste onze lessen en curriculum, cognitief gezien het meest effectief kunnen inrichten. Daarvoor kun je bijvoorbeeld een boek als Wijze Lessen lezen. Wat het wel is, is een mooi boek met vragen die je doen stilstaan bij de vraag waarom we onze lessen en curriculum (niet) effectief zouden willen inrichten. Kortom, een interessant en nuttig boek om te lezen voor iedereen die in en rondom het onderwijs werkt en eens wat verder wilt kijken dan het systeem waarmee we al zo lang werken, zonder het zomaar allemaal over boord te gooien. Een boek dat helpt kritisch te reflecteren op waarom je doet wat je doet.

Meer info & Bestellen

 

Wessel Peeters

Wessel Peeters

Onderwijskundige bij de Pabo en toegepaste psychologie, docent maatschappijleer en coördinator in het voortgezet onderwijs. Alumnus master leren en innoveren. Veel bezig met en praat graag over curriculumontwikkeling, leerstrategieën, leermythes, effectieve didactiek en leernetwerken. Mede-oprichter van Vernieuwenderwijs.

2 reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  • Veel dank voor deze fijne recensie, Wessel! We zijn er heel blij mee en het doet recht aan het boek dat we met zoveel liefde en aandacht hebben geschreven.

    Meer info kun je vinden op http://www.hetonderwijsvragenboek.nl

    Binnenkort zullen we (om onze tweede druk te vieren) ook Onderwijsvragenposters voor in de lerarenkamer etc beschikbaar stellen – die vinden al gretig aftrek op plekken waar we ze uitdelen. Laat in een reactie maar weten als je daar interesse in hebt, dan zorgen we er voor dat je tzt een bestellink krijgt!

    Ook voor als je je collega’s/ teams met kerstmis wilt verblijden met een Onderwijsvragenboek, of op een studiedag een Onderwijsvragensessie wilt doen waarin je met je team zelf aan de slag gaat met de Onderwijsvragen kun je contact met ons opnemen.

✏️ Artikel plaatsen

Ook een artikel plaatsen op Vernieuwenderwijs? Maak dan je eigen account aan:

Registreren →

📧 Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks onze nieuwsbrief met onze nieuwste artikelen én interessante linkjes.

Please wait...

Bedankt, je staat op onze mailinglijst!

💡 Meer weten?

Als docenten en onderwijskundigen bieden we actieve workshops, inspirerende lezingen en innovatietrajecten. Bekijk onze diensten voor meer informatie!

Ga naar →