Vernieuwenderwijs

Curriculumontwerp: grote ideeën en essentiële vragen

Het ontwerp van een curriculum start vaak bij leerdoelen of leeruitkomsten, of dit nu gaat om een geheel curriculum of losse les. Vervolgens kies je hoe leerlingen of studenten dit zichtbaar maken en welke leeractiviteiten hen helpen daar te komen. Dit klinkt helder, maar is niet makkelijk. Want hoe vertaal je doelen of uitkomsten naar concrete activiteiten en toetsing? Grote ideeën en essentiële vragen kunnen daarbij erg goed helpen!

Curriculumontwerp

Bij het ontwerpen van een curriculum moet je met veel zaken rekening houden. Het is daarbij niet moeilijk om een curriculum overladen te maken. Sterker: de meeste curricula lijken eerder te vol dan andersom. Een scherp curriculum met heldere doelen en richting, dat is wat het doel zou moeten zijn bij het ontwerpen van een nieuw curriculum.

Dit proces start bij het begin: de doelen. Wanneer helder is wat de leeruitkomsten of leerdoelen moeten zijn voor het curriculum, dan kan er begonnen worden met het (opnieuw) bouwen van het curriculum. Het proces van ontwerpen kan daarbij soms moeilijker worden door de inhoud: alle losse doelen en leeruitkomsten kunnen voor verwarring zorgen. Wat hoort bij elkaar? Is het nog duidelijk waar de samenhang is?

Vaak wordt daarbij gezocht naar een soort ‘kapstok‘, een manier om de doelen met elkaar in verband te brengen. En dat is direct een lastige, want op basis van wat ga je het curriculum ordenen?

Ordenen van doelen

Het ordenen van de verschillende leerdoelen of leeruitkomsten is belangrijk. Het zorgt voor overzicht en inzicht in dat wat de essentie is van het vak, vakgebied of opleiding. Wanneer je een doelenlijst ziet van 45 doelen, dan is het moeilijk om te duidelijk wat precies de belangrijkste elementen zijn voor het curriculum. Daarom wil je tijdens het ontwerpproces hier een logische ordening van maken.

Een van de manieren om dit te doen, is door middel van ‘grote ideeën’ en ‘essentiële vragen’. Deze twee begrippen komen uit het werk van Jay McTighe en Grant Wiggins, en bieden mooie handvatten om doelen of leeruitkomsten op een logische manier te ordenen. Deze manier van werken is gericht op een curriculum met meer diepgang ten opzichte van een curriculum met veel verschillende elementen. Door de focus op de grote ideeën en essentiële vragen ontstaat er meer samenhang én scherpte.

Hierbij zijn verschillende elementen te onderscheiden: visie, grote ideeën, essentiële vragen en doelen. Hieronder zie je hoe deze zich ten opzichte van elkaar verhouden:

Grote ideeën

Elk vak, vakgebied of opleiding heeft een aantal kernen. Dit zijn de belangrijkste elementen die hoe dan ook terugkomen. Hoe scherper je deze verschillende elementen hebt, hoe duidelijker je het curriculum kunt vormgeven. Deze elementen noemen we ‘grote ideeën’, en zijn een vrij abstracte weergave van het vak of vakgebied. Het is goed om te richten op zo’n 5 tot 10 grote ideeën, waarbij het beter is om aan de lagere kant te zitten. Niet alles kan immers een groot idee zijn!

Essentiële vragen

Waar wil je dat studenten of leerlingen over nadenken en mee aan de slag gaan? In essentie zijn dat de essentiële vragen: prikkelende vragen over het vak of vakgebied, waaronder een grote hoeveelheid kennis, concepten of theorieën zit. Deze vragen prikkelen en dagen uit om actief na te denken, en helpen zo om vorm te geven aan de inhoud van het curriculum. Essentiële vragen zijn nog steeds best abstract: er is vaak geen eenduidig antwoord op te geven.

Het zijn daarbij vragen die de moeite zijn om te onderzoeken, om actief mee aan de slag te gaan en waarbij je de kern van de inhoud tegenkomt. De grote ideeën vind je dus terug in de zoektocht naar het antwoord op de essentiële vragen. Vaak bieden de vragen ook de uitnodiging tot samenwerking tussen vakken: het laat zien dat er veel samenhang is én dat het soms nodig is om je te verdiepen in andere inhouden of contexten.

Voorbeelden van essentiële vragen, voor verschillende vakken? Denk bij kunst aan vragen als ‘wat is kunst?’ of ‘waarom uiten mensen zich doormiddel van kunst?’. Denk bij talen aan vragen als ‘Wat zijn de verschillen tussen spreek en schrijftaal en waarom is dit zo?’, ‘Op welke manier beïnvloedt het gebruik van verschillende media ons taalgebruik?’. Vragen binnen vakken als geschiedenis kunnen gaan over ‘Waarom is ‘wanneer’ belangrijk?’, en vragen binnen scheikunde en biologie kunnen gaan over ‘wanneer leeft iets?’.

Doelen en visie

Er ontbreken nog twee elementen uit het overzicht: de doelen en de visie. De visie op het vakgebied komt daarbij als eerste: voordat je een proces voor het herontwerpen van je curriculum start is het een goed idee om hierop te focussen. Door samen scherp te hebben hoe er tegen het vakgebied aangekeken wordt kun je vervolgens doordachte stappen zetten.

In de opbouw van een dergelijk schema voor het curriculum ga je daarna eerst werken vanuit de doelen. Kortom: het helemaal afpellen van het huidige curriculum tot dat wat écht moet. Op basis van deze doelen kun je als team gaan denken over de essentiële vragen. Door dit vanuit de doelen te bedenken ontstaat er een eerste abstractie-laag, en kun je verschillende doelen hangen onder de verschillende essentiële vragen.

Een volgende stap is het ordenen van de verschillende essentiële vragen. Als je kijkt naar de verschillende vragen, dan zul je zien dat deze te ordenen zijn. Daarmee ontstaat vaak een goede indeling van ‘grote ideeën’. Vanuit deze grote ideeën kun je daarna opnieuw kijken naar de visie. Dit is dan ook een continu proces: vanuit de visie scherp je de inhoud, en de keuzes die je maakt in de inhoud scherpen de visie. Schematisch ziet dat proces er zo uit:

Een curriculum met inhoud én structuur

Het werken met grote ideeën en essentiële vragen is een praktische manier om een curriculum scherpe inhoud te geven én te zorgen voor een logische indeling. Hiermee moeten in het proces een aantal keuzes gemaakt worden over de inhoud, maar biedt je vervolgens studenten of leerlingen én collega’s meer houvast.

Daarnaast helpt deze manier van indelen ook om meer houvast te geven aan het ‘leerdoeldenken’. Hoe goed en belangrijk het ook is om te werken vanuit leerdoelen, wanneer deze niet geordend zijn zorgt het voor een overladenheid aan doelen waarbij het behalen belangrijker lijkt dan het laten beklijven. Een krachtig curriculum is opgebouwd rondom kennis en vaardigheden die beklijven, en daarbij is een duidelijke structuur zeker van meerwaarde.

Michiel Lucassen

Docent, onderwijsontwerper & maker. Altijd veel ideeën, en op zoek naar de verbinding tussen leren, creativiteit en technologie. Onderwijs kan altijd beter, maar mag ook zeker leuker! Mede-oprichter van Vernieuwenderwijs.

Reageer

Geef een reactie

💡 Onze diensten

Wil je hiermee aan de slag en kun je hulp gebruiken? Als docenten en onderwijskundigen helpen we graag. Bekijk hier ons aanbod:

Ga naar →

Blijf op de hoogte!

Elke week dit soort artikelen & interessante linkjes ontvangen in onze nieuwsbrief?

Please wait...

Bedankt, je staat op onze mailinglijst!