Vernieuwenderwijs

Effectief brainstormen: zo pak je het aan!

Het is een veelgebruikte tool, niet alleen in het onderwijs: brainstormen. Bij het bedenken van nieuwe ideeën gaat het daarbij vaak op dezelfde manier: leerlingen (of docenten) krijgen een A3 vel, zetten het onderwerp in het midden en mogen hun ideeën op het blad zetten. Soms gebeurt het ook in groepen, en dan wordt het bord gebruikt. Ook vaak gezien: het volschrijven van post-its en hier een muur mee volhangen. Is het effectief? Lang niet altijd, zo wijst onderzoek en ervaring uit. Maar wat werkt dan wel?

Ideeën bedenken

Het bedenken van nieuwe ideeën is niet iets nieuws. Wél is het zo dat het systematisch genereren van nieuwe ideeën iets is wat pas sinds de jaren ’50 begonnen is. Alex Osborne bracht toen het boek ‘Applied Imagination – Principles and Procedures of Creative Problem Solving‘ uit, waarin de term ‘brainstorming’ voor het eerst gebruikt werd. Sindsdien is het een manier van werken die je overal terug ziet komen, soms tot vermoeiends toe. Tegelijkertijd: wie ooit een goede brainstorm heeft meegemaakt weet ook dat er enorm veel kracht in zit!

Het doel van brainstormen is eenvoudig: het bedenken van nieuwe ideeën. En juist dat is ingewikkeld! Want hoe bedenk je nu eigenlijk een nieuw idee? Uiteindelijk is dat een behoorlijk ingewikkeld proces, waarbij je zowel divergent als convergent moet denken. Daarbij helpt het als je in een groep werkt, en het liefst onder begeleiding van iemand die het proces leidt.

De 4 regels van Osborne

Het boek van Osborne is vooral gebaseerd op zijn eigen ervaring, en daarin stelt hij dan ook 4 regels voor die helpen bij het brainstormen. Deze regels zijn nog steeds relevant en bruikbaar:

  1. Stel je oordeel uit: je wil dat deelnemers aan de brainstorm ideeën genereren, niet verdedigen
  2. Zoek de grens op: daag deelnemers uit zo gek mogelijk te denken, vaak ligt ook in een gek idee toch een kern van waarheid die gebruikt kan worden
  3. Vanuit kwantiteit naar kwaliteit: Hoe meer ideeën, hoe meer kans op een goed idee
  4. Bouw op elkaar: laat deelnemers ideeën van anderen gebruiken, aanpassen of inpassen

Deze basisregels zijn altijd goed om te benoemen bij het bedenken van nieuwe ideeën. Daarbij werkt het goed door dit voor te doen: zo help je leerlingen (en collega’s) om te begrijpen wat er eigenlijk verwacht wordt. In het begin is het bijvoorbeeld lastig om je oordeel uit te stellen, omdat je al snel gaat nadenken over wat andere vinden. Door dit als voorbeeld te delen wordt je hier bewuster van, en kun je het beter toepassen.

Brainstormen in de klas

Is brainstormen altijd effectief voor het bedenken van nieuwe ideeën? Helaas niet! Het kan voorkomen dat het proces stilvalt, dat iemand te veel aandacht vraagt of dat er een ‘vonkje’ mist. Het resultaat is dan vaak matig, zowel qua kwantiteit als kwaliteit. Met de regels van Osborne kun je dat deels ondervangen, maar voor in de klas zijn er nog een aantal praktische tips. Hierdoor kan brainstormen echt effectief zijn en goed werken.

  1. Wat is het doel? Misschien heel suf, maar zeker belangrijk: waarom wil je brainstormen? Hoe duidelijker het doel, hoe beter de resultaten. Ook kaders zijn hierbij handig, al is het maar om te weten waar je van af kunt wijken. Vaak zijn deze dingen te onduidelijk, waardoor ideeën ook weinig concreet worden. Als duidelijk is wát het probleem precies is dat je wil oplossen, is het ook mogelijk om zoveel mogelijk oplossingen te bedenken.
  2. Beginnen in stilte: Brainstormen werkt het meest effectief als het in stilte gebeurt. Door iedereen voor zichzelf te laten nadenken over nieuwe ideeën zorg je dat iedereen ook daadwerkelijk betrokken is. Daarnaast helpt zorgt dit ervoor dat iedereen echt een eigen richting kan op denken. Daardoor is er geen sprake van ‘groepsdenken’, waarbij de hele groep een bepaalde richting op denkt in plaats van verschillende perspectieven te onderzoeken.
  3. Iedereen gelijk: Bij het delen van de uitkomsten is het belangrijk om dit systematisch te doen. Door iedereen de beurt te geven om ideeën te vertellen zorg je ervoor dat er niet een of meerdere personen zijn die hun mening doordrukken. Iedereen krijgt de kans, en vervolgens wordt hier gezamenlijk over verder gesproken.
  4. Bouw op wat er al is: Als iedereen de ideeën heeft uitgesproken en deze opgeschreven zijn is het goed om nog een ronde te organiseren: het aanvullen en verbeteren. Een nieuw ‘rauw’ idee is zelden direct een voltreffer: juist door samen verder te gaan op wat er al gezegd en bedacht is verbeter je ideeën. Soms kom je zo tot hele nieuwe inzichten met elkaar!
  5. Van ‘ja, maar’ naar ‘ja, en’: Dit punt sluit goed aan op het vorige: wees constructief in het omgaan met andere ideeën. Het is makkelijk om een idee af te schieten, maar in een brainstorm gaat het in eerste instantie om kwantiteit. Probeer dus niet te oordelen, maar denk verder.
  6. Metaforen, vergelijkingen en perspectieven: Kom je er niet uit? Denk ik metaforen! Uit studies blijkt dat het gebruiken van metaforen, vergelijkingen en perspectieven helpt om tot meer en betere oplossingen te komen. Nieuw project voor leerlingen bedenken? Bedenk dan hoe de leerling dit zelf zou doen! Of: hoe zou het project gaan als het de ‘nieuwe Uber voor onderwijs’ is? Dit bevordert het creatief denken.
  7. Neem pauze: Ideeën bedenken en delen kost veel denkkracht. Geen wonder dat je na een brainstorm soms letterlijk uitgeput bent! Door pauzes te nemen zorg je dat je weer even bij kunt komen, en volgens onderzoek zorgt dit voor meer en betere ideeën. Probeer in zo’n pauze dan ook vooral iets anders te doen, zodat je daarna weer met frisse gedachten verder kunt gaan.
  8. Beslis later: Het liefst wil je natuurlijk dat na een brainstorm er iets beslist kan worden. Het blijkt effectiever om de beslissing uit te stellen: hierdoor heeft iedereen de kans om er nog eens over na te denken. Het voelt minder effectief, maar het zorgt er wel voor dat er een betere beslissing gemaakt wordt. Hierbij kun je als groep natuurlijk wel al een voorkeur voor bepaalde ideeën uitspreken, maar het is belangrijk dat er ruimte is om terug te kunnen komen op de beslissing.

Uiteindelijk kun je deze tips op elke vorm van brainstormen toepassen, of het nu op papier, digitaal of met post-its is. Het levert zo zowel meer als betere ideeën op. Daarbij ontwijk je groepsdenken, geef je iedereen de ruimte en kom je echt samen tot een mooi resultaat. Op naar het volgende mooie idee!

Een eerdere versie van dit artikel verscheen in 2017

Literatuur

Isaksen, Scott & Gaulin, John. (2005). A Reexamination of Brainstorming Research: Implications for Research and Practice. Gifted Child Quarterly – GIFTED CHILD QUART. 49. 315-329. 10.1177/001698620504900405.

Paulus, Paul & Kenworthy, Jared. (2018). Effective Brainstorming.

Kohn, Smith (2011). Collaborative fixation: Effects of others’ ideas on brainstorming

Nemeth, C., & Goncalo, J. (2004). Influence and Persuasion in Small Groups. UC Berkeley: Institute for Research on Labor and Employment.

Osborne (1953). Applied Imagination – Principles and Procedures of Creative Problem Solving

Michiel Lucassen

Docent, onderwijsontwerper & maker. Altijd veel ideeën, en op zoek naar de verbinding tussen leren, creativiteit en technologie. Onderwijs kan altijd beter, maar mag ook zeker leuker! Mede-oprichter van Vernieuwenderwijs.

3 reacties

Geef een reactie

💡 Onze diensten

Wil je hiermee aan de slag en kun je hulp gebruiken? Als docenten en onderwijskundigen helpen we graag. Bekijk hier ons aanbod:

Ga naar →

Blijf op de hoogte!

Elke week dit soort artikelen & interessante linkjes ontvangen in onze nieuwsbrief?

Please wait...

Bedankt, je staat op onze mailinglijst!