Onderwijsonderzoek

De Cognitive Load Theory: belast je de leerling te veel?

Geschreven door Michiel Lucassen

Elke docent heeft het volgende beeld wel eens meegemaakt: tijdens een uitleg zie je de blik van een leerling steeds glaziger worden. Op een gegeven moment weet je: hier komt niets meer binnen. Maar wat gebeurt er dan eigenlijk? En wat kun je doen om dit te voorkomen? John Sweller bedacht hier de ‘cognitive load theory’ over: de cognitieve belasting theorie.

Wat is het de cognitive load theory?

De kern van de cognitive load theory is gebaseerd op verschillende aannames over hoe de hersenen werken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen het korte-termijn geheugen en het lange-termijn geheugen. Simpel gesteld: in het korte-termijn geheugen past slechts een kleine hoeveelheid informatie. Op het moment dat dit geheugen vol zit blokkeert het, als het ware. Er is tijd nodig om de informatie naar het lange-termijn geheugen over te zetten, en pas dan komt er weer ruimte in het korte-termijn geheugen.

Natuurlijk gaat dat niet op voor alle informatie: in het lange-termijn geheugen worden schema’s gemaakt waarin nieuwe informatie wordt toegepast. Dat verklaart bijvoorbeeld waarom je als expert in een onderwerp veel sneller nieuwe dingen kunt leren, dan wanneer je een beginner bent.

De cognitive load theory gaat dus over het belasten van het korte-termijn geheugen, en op welke manier je kunt zorgen dat dit minder is. Het voorbeeld uit de inleiding is daarbij niet alleen toevallig: hoe zwaarder je cognitie belast wordt, hoe beter dat meetbaar is door het observeren van de pupillen. Er is daarbij een duidelijk individueel verschil: de ene persoon kan meer belasting aan dan de andere.

Een van de andere opvallende dingen uit het onderzoek van John Sweller, is dat het een onderzoek was naar het probleem-oplossend vermogen van studenten. Hierbij kwam hij tot een belangrijke conclusie: als het gaat om zo snel mogelijk nieuwe kennis aan te leren, dan is het niet wenselijk om leerlingen het zelf te laten onderzoeken. De snelste manier om iets te leren is het in duidelijke ‘brokken’ aan te bieden, in schema’s, aansluitend op wat studenten al weten. Het proces van onderzoeken vergt volgens de theorie namelijk te veel van het geheugen om ook ruimte te maken voor het aanleren van de nieuwe informatie.

Cognitieve belasting in de klas

We weten nu wat cognitieve belasting is en waarom het werkt zoals de theorie beschrijft. Daarmee kunnen we dus ons voordeel doen in de les!

Aansluiten op voorkennis
Heel suf, en totaal niet verrassend of nieuw: door aan te sluiten op de voorkennis van leerlingen leren ze sneller en meer. Iets wat nieuw is kost meer moeite om te onthouden dan iets wat gekoppeld kan worden aan het al bekende.

Informatie in ‘brokjes’ aanbieden
Voor een grotere opbrengst van het leren is het meest effectieve om informatie op te delen in losse brokjes. Door gebruik te maken van kleine onderdelen en veel herhaling lukt het om sneller nieuwe informatie te onthouden.

Procedure of inhoud?
Gaan de leerlingen een nieuwe procedure leren? Of gaat het om de inhoud? Wanneer je zowel een nieuwe manier van werken leert, als nieuwe inhoud, dan werkt dit erg belastend. Zo leert een leerling dus minder van beiden. Kies daarom voor een focus op één van de twee.

Werken met schema’s
Door te werken met schema’s, tijdbalken of afbeeldingen kun je nieuwe informatie snel en duidelijk presenteren. Hierdoor onthoud je het sneller en begrijp je het beter als leerling en wordt de cognitieve belasting lager. Ook het laten maken van schema’s, overzichten of mindmaps helpt hierbij.

Afleiding
Telefoons en laptops kunnen als afleiding werken, net zoals een docent met rare kleding of een nieuw kapsel bij een leerling. Hierdoor wordt de cognitieve belasting hoger, en is de kans groter dat er minder geleerd wordt. Ook de thuissituatie van een leerling kan hierbij een rol spelen.

De cognitive load theory is dus eigenlijk minder spannend dan de naam doet vermoeden: waarschijnlijk zijn veel van de bovenstaande punten al bekend. Een kleine aantekening is hierbij wel nodig: het is niet nodig om constant te denken dat alles hieraan moet voldoen. De theorie is gericht op het optimaal laten opnemen van nieuwe informatie. Soms is dit belangrijk in een les, en ook een methode als Spaced Learning helpt daarbij. Op andere momenten is het juist belangrijk dat leerlingen op een andere manier werken en zelf (leren) ontdekken. Juist het combineren van verschillende ideeën werkt daarbij versterkend!

Over de schrijver

Michiel Lucassen

Docent Innovatie & Prototyping, maar bovenal een enthousiaste en gedreven leraar met veel ideeën over hoe onderwijs beter, leuker en mooier kan. Veel bezig met en praat graag over makersonderwijs, creativiteit, 21st century skills en onderwijs voor de toekomst.

2 Reacties

  • Interessant! Ik ben er online wat meer over aan het lezen. Deze theorie is blijkbaar al in de jaren ’80 ontwikkeld. Dus ik ben benieuwd waarom deze theorie hier op Vernieuwenderwijs op popt. Niet als kritiek bedoeld hoor. Gewoon geïnteresseerd of er een aanleiding, reden, vernieuwing is waarom deze theorie weer onder de aandacht komt. Vriendelijke groeten,

    • Dag Sara!

      Goede vraag! Het is inderdaad een wat oudere theorie, maar zoals je zelf eigenlijk al aangeeft in je reactie is niet iedereen er bekend mee 🙂 Al hoewel we bij Vernieuwenderwijs veel bezig zijn met vernieuwing en verandering, komt het ook vaak voor dat iets in het verleden al eens (in een andere vorm), voorbij is gekomen. Daarnaast vinden we het ook simpelweg leuk om soms een blik op het verleden te werpen, zoals we nu ook doen in de serie ‘Het gedachte goed van…’. Je bemerkt dat dingen soms vergeten worden; zo ontdekken wij voor onszelf soms ook iets wat er wellicht al decennia is. 🙂

Laat een reactie achter

Pin It on Pinterest

Net als meer dan 1000 anderen wekelijks een nieuwsbrief ontvangen, met onze nieuwste artikelen
én interessante linkjes? Vul hier je gegevens in:
Je hebt je succesvol geabonneerd!