Vernieuwenderwijs

Blended learning in de praktijk – Deel 5: Beginnen met blended leren

Onderwijs geven kan op veel manieren: in een groep of individueel, fysiek of online, synchroon of asynchroon. Al die manieren vereisen een andere aanpak. Wanneer je ze op de juiste wijze weet te combineren, verrijk je de leerervaring van de student. Die combinatie heet blended learning. Maar wat is nu de beste blend en hoe ontwerp je die? Om daarbij te helpen staan in de serie ‘blended learning in de praktijk’ precies die vraagstukken centraal. In dit vijfde deel gaan we in op de vraag: “Hoe begin je met blended learning?”

Het probleem: hoe begin je met blended learning?

Blended learning wordt in de praktijk op ontelbaar veel verschillende manieren ontworpen, lopend van het simpelweg toevoegen van een online leeractiviteit tot een volledig herontwerp. Waar je het beste kan beginnen is afhankelijk van talloze factoren, die jouw context bepalen. Denk bijvoorbeeld aan je doelgroep, jouw onderwijs- en ontwerpervaring, welke ondersteuning er voorhanden is, hoe je toollandschap eruit ziet, enzovoort. 

Omdat veel docenten blended learning interpreteren als het combineren van fysiek met online leren, starten zij veelal met het toevoegen van (vaak online) leeractiviteiten aan een bestaande cursus. Andere docenten gaan een stap verder en vervangen complete leeractiviteiten door andersoortige activiteiten. Nog radicaler zijn die docenten die het aandurven om hun ontwerp compleet op de schop te gooien: terug naar de beoogde leeruitkomsten, en zoeken naar de optimale integratie van alle kansen voor leren binnen hun context. Om hierbij de ondersteunen, hebben Alammary en collega’s (2014) een indeling gemaakt van drie benaderingen voor het ontwerpen van blended learning:

Figuur 1: De drie verschillende impact blends gevisualiseerd.

Welke blend past het beste bij jou?

Elk van de drie verschillende impact-niveaus hebben voor- en nadelen en vragen in meer of mindere mate om ervaring en vaardigheden, bijvoorbeeld als het gaat om ontwerpen en digitale skills. Zo heeft de lage-impact blend als voordeel dat het relatief eenvoudig is om te beginnen, zonder al te veel tijdsinvestering, maar tegelijkertijd kan de constructieve afstemming van leeruitkomsten, leeractiviteiten en toetsing in het geding komen. Kaleta en collega’s (2007) noemen dit fenomeen ook wel het “anderhalve cursus syndroom”.

De medium-impact blend biedt een stapsgewijze aanpak om je cursus stukje bij beetje verder te herontwerpen. Hierdoor kun je als docent steeds vaardiger worden, waardoor je zelfvertrouwen groeit. Tegelijkertijd zijn er geen gouden standaarden voor het vervangen van leeractiviteiten, en is een enigszins flexibele houding en het durven maken van fouten essentieel. Het spreekt voor zich dat de hoge-impact blend uiteindelijk de beste vorm is om je cursus op meerdere facetten te verrijken of problemen op te lossen, maar is dan ook gelijk de meest uitdagende aanpak voor het ontwerpen van blended learning.

Om je te helpen een keuze te maken in welke aanpak het best bij jouw past, kan je onderstaande checklist invullen. De kolom met de aanpak waar je de meeste kruisjes hebt gezet, past het best bij jouw profiel.

Figuur 2.

Conclusie

Welke benadering je ook kiest, houd je in achterhoofd dat elke context totaal verschillend is. De ene docent begint bovendien vanuit een 100% fysiek ontworpen cursus, de ander wellicht vanuit 100% online, en alle daartussenin. Bovendien is het startpunt vaak niet alleen deze balans, maar verandert er ook iets in je didactiek en docentrol. Begin klein, vraag hulp en zoek naar manieren om te professionaliseren. De meeste instellingen hebben onderwijskundigen in dienst die je kunnen ondersteunen. Het is daarbij aan te bevelen om in teams te ontwerpen, het liefst met directe collega’s en een of twee studenten erbij.

Literatuur

Alammary, A., Sheard, J., & Carbone, A. (2014). Blended learning in higher education: Three different design approaches. Australasian Journal of Educational Technology, 30(4).

Kaleta, R., Skibba, K., & Joosten, T. (2007). Discovering, designing, and delivering hybrid courses. In A. G. Picciano & C. D. Dziuban (Eds.), Blended learning research perspectives (pp. 111-143). Needham, MA: Sloan-C.

Barend Last

Barend Last (1986) begon als leerkracht in het basisonderwijs, waar zijn passie voor onderwijsinnovatie ontstond. Hij interesseerde zich vooral voor de vraag: ‘Waarom doen we eigenlijk wat we doen?’ en stroomde daarom door naar de wetenschappelijke wereld. Hij werkte onder meer als consultant, manager en onderwijsmaker in verschillende lagen van het onderwijs. Inmiddels werkt hij als onderwijskundig adviseur bij de Universiteit Maastricht. Hier houdt hij zich bezig met de implementatie van blended learning, met een focus zowel op goede inzet van ICT als het benutten van de fysieke onderwijsruimte. Barend is auteur van het in 2021 verschenen boek ‘Blended learning en onderwijsontwerp: Van theorie naar praktijk’.

Reageer

Geef een reactie

💡 Onze diensten

Wil je hiermee aan de slag en kun je hulp gebruiken? Als docenten en onderwijskundigen helpen we graag. Bekijk hier ons aanbod:

Ga naar →

Blijf op de hoogte!

Elke week dit soort artikelen & interessante linkjes ontvangen in onze nieuwsbrief?

Please wait...

Bedankt, je staat op onze mailinglijst!