Vernieuwenderwijs

Blended learning in de praktijk – Deel 4: Groepswerk structureren en stimuleren

Onderwijs geven kan op veel manieren: in een groep of individueel, fysiek of online, synchroon of asynchroon. Al die manieren vereisen een andere aanpak. Wanneer je ze op de juiste wijze weet te combineren, verrijk je de leerervaring van de student. Die combinatie heet blended learning. Maar wat is nu de beste blend en hoe ontwerp je die? Om daarbij te helpen staan in de serie ‘blended learning in de praktijk’ precies die vraagstukken centraal. In dit vierde deel gaan we in op de vraag: “Hoe kan je groepswerk, zowel online als fysiek, structureren en actieve deelname stimuleren?”

De blended learning wave

In het eerste deel van deze serie zijn we ingegaan op het visualiseren van de leerreis van je studenten op een storyboard. Dit wordt ook wel de blended learning wave genoemd (zie figuur 1). Hiermee kan je de onderlinge verhoudingen van je leeractiviteiten gemakkelijk in kaart brengen en een logische volgorde van leren vaststellen. Ook in deze blog staat deze uitwerking centraal.

Figuur 1. De blended learning wave.

Het probleem: hoe zorg je voor actieve deelname aan groepswerk?

Groepswerk is een vorm van collaboratief leren. Collaboratief leren is een benadering van onderwijs waarbij studenten samenwerken om bijvoorbeeld een probleem op te lossen, een taak te voltooien of een product te maken. Dit is dus per definitie een sociaal proces, waarin studenten worden uitgedaagd tot actieve deelname. Maar het risico van groepswerk is dat sommige studenten als het ware kunnen “meeliften” op de inzet van anderen, waardoor niet iedereen er evenveel van leert. Daarnaast is het een uitdaging om elke deelnemers aan groepswerk met min of meer dezelfde leerresultaten te laten eindigen. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat de ene student een bepaald deel uitvoert, en een andere student een ander deel. Ze hebben dan wel een stukje van de puzzel geleerd, maar niet het geheel. Daarom is het zaak groepswerk goed te structureren, op zo een manier dat iedereen geprikkeld wordt tot actieve deelname en uiteindelijk de hele puzzel kunnen leggen.

JigSaw-methode

Een geschikte methode om groepswerk te structureren, is de zogenaamde JigSaw-methode. Deze methode is een werkvorm die je zowel online als fysiek kan inzetten, en vooral interactie bevordert en gelijke verantwoordelijkheid creëert. In de eerste stap, voorafgaand aan de bijeenkomst, verdeel je als docent het te behandelen onderwerp onder in kleinere delen. Bijvoorbeeld: het onderwerp ‘muziek’ deel je op in (1) instrumenten, (2) artiesten en (3) genres. Vervolgens creëer je expertgroepen, bestaande uit drie tot zes studenten per groep, die elk een bepaald deelonderwerp toegewezen krijgen. Deze groepen gaan hun onderwerp bestuderen en maken daar een presentatie of ander product bij. Dat kan natuurlijk synchroon, tijdens een bijeenkomst, maar ook asynchroon, waarbij studenten tussen twee bijeenkomsten samen de opdracht uitwerken.

Na afronding gaat vanuit elke expertgroep één persoon naar een nieuwe groep, de zogenaamde de JigSaw-groep. Elke student uit die nieuwe groep wordt gevraagd om de resultaten uit de vorige expertgroep te presenteren aan de nieuwe groepsleden. Jij als docent moedigt je studenten aan om vragen te stellen. Studenten worden zo verantwoordelijk gesteld voor een stukje van de puzzel, en iedereen wordt geactiveerd tot deelname. Met andere woorden, studenten kunnen dus niet “meeliften” op de inzet van anderen.

Figuur 2. De fases van de JigSaw-methode.

Scrummen 

Een tweede manier om groepswerk te structureren, is door gebruik te maken van scrummen. Deze manier is vooral geschikt bij langdurige samenwerking, zoals bij een project. Bij deze methode deelt een groep de gezamenlijke taak, bijvoorbeeld het opleveren van een onderzoeksverslag, op in verschillende deeltaken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan: de betekenis van concept X onderzoeken in de literatuur, interview-vragen voor Y voorbereiden en het verwerken van interview Z. Hierbij is het belangrijk dat alle taken ongeveer evenredig aan elkaar zijn in tijd. Een richtlijn kan bijvoorbeeld zijn dat iedere taak 30 minuten duurt. Het resultaat is dan een (erg) lange lijst aan taken, wat het voor groep dus inzichtelijk maakt wat er allemaal moet gebeuren.

Vervolgens zetten zij al deze taken in een tool, zoals Trello, onder de kolom ‘te doen’. Hierna volgen de kolommen ‘mee bezig, ‘check’ en ‘klaar’. Gaat de groep aan de slag, dan sleept iedere groepsgenoot één taak naar ‘mee bezig’, zodat voor iedereen – ook voor jou als docent – zichtbaar is wie waar mee bezig is. Het kan dus nooit zo zijn er voor iemand geen taak staat: iedereen moet te allen tijde ergens zichtbaar mee bezig zijn. Is iets klaar? Dan komt het bij ‘check’ te staan, zodat iedereen het kan goedkeuren, waarna het naar ‘klaar’ wordt verplaatst. Door op deze manier te werken hebben zowel de studenten als jij als begeleiden zicht op wie wat wanneer doet en zo is achteraf dus ook duidelijk hoe er is samengewerkt.

Figuur 3. Scrummen

Groepswerk beoordelen 

Een derde manier om deelname aan groepswerk te stimuleren is door een heldere manier van beoordelen die recht doet aan inzet – wat zowel als formatieve als summatieve evaluatie worden toegepast. Door dit aan de voorkant helder te communiceren doe je een beroep op zowel de individuele als collectieve verantwoordelijkheid. Zo is het een veel gebruikte manier om iedereen hetzelfde oordeel te geven, maar zou je bijvoorbeeld de groep ook het meervoud van een beoordeling (7.0) kunnen geven (zoals 21 punten) en hen dit beargumenteerd onderling laten verdelen. Een andere manier is een deel van het cijfer te geven op basis van de individuele inzet, zichtbaar gemaakt door bijvoorbeeld één van de twee bovengenoemde werkvormen. Over meer manieren van groepswerk beoordelen kun je lezen in dit artikel.

Meer lezen?

In Blended learning en onderwijsontwerp vind je onderwijskundige inzichten en daarop gebaseerde inzichten en voorbeelden om blended onderwijs te ontwerpen.

Meer info & bestellen

In 33 tips voor hbo-didactiek vind je wetenschappelijke inzichten en daarop gebaseerde didactische werkvormen en lestips voor motiverende en leerzame lessen. 

Meer info & bestellen


Barend Last

Barend Last (1986) begon als leerkracht in het basisonderwijs, waar zijn passie voor onderwijsinnovatie ontstond. Hij interesseerde zich vooral voor de vraag: ‘Waarom doen we eigenlijk wat we doen?’ en stroomde daarom door naar de wetenschappelijke wereld. Hij werkte onder meer als consultant, manager en onderwijsmaker in verschillende lagen van het onderwijs. Inmiddels werkt hij als onderwijskundig adviseur bij de Universiteit Maastricht. Hier houdt hij zich bezig met de implementatie van blended learning, met een focus zowel op goede inzet van ICT als het benutten van de fysieke onderwijsruimte. Barend is auteur van het in 2021 verschenen boek ‘Blended learning en onderwijsontwerp: Van theorie naar praktijk’.

Wessel Peeters

Mede-oprichter van Vernieuwenderwijs en onderwijskundige bij Buurtcollege Agora Maas en Peel. Daarvoor enkele jaren onderwijskundige in het HBO en negen jaar docent Maatschappijleer en Geschiedenis op het Vmbo en Havo. Praat graag over en is graag bezig met: didactiek, curriculumontwerp, toetsing, leren leren en veranderkunde. Actieve ontwikkelaar, onderzoeker en spreker.

Reageer

Geef een reactie

💡 Onze diensten

Wil je hiermee aan de slag en kun je hulp gebruiken? Als docenten en onderwijskundigen helpen we graag. Bekijk hier ons aanbod:

Ga naar →

Blijf op de hoogte!

Elke week dit soort artikelen & interessante linkjes ontvangen in onze nieuwsbrief?

Please wait...

Bedankt, je staat op onze mailinglijst!