Vernieuwenderwijs

7 formatieve werkvormen om te checken op begrip

In hoeverre begrijpen leerlingen of studenten de leerstof? Het is de kernvraag bij formatief handelen: op basis van het antwoord beslis je als docent of lerende wat de volgende stap is in het leerproces. Het is dus belangrijk om regelmatig te checken op begrip, wat op veel verschillende manieren kan! In dit artikel 9 werkvormen die je makkelijk kunt inzetten en uitvoeren om te checken op begrip.

Formatief handelen

Onder formatief handelen worden alle activiteiten verstaan die leerlingen en docenten uitvoeren om de leeractiviteiten van leerlingen in kaart te brengen, te interpreteren en te gebruiken om betere beslissingen te maken over vervolgstappen (Black & William, 2009). Belangrijk hierbij zijn heldere leerdoelen en succescriteria, het leren zichtbaar maken en effectieve feedback. Meer werkvormen, onderzoeken, tools en andere informatie over formatief handelen kun je vinden op one themapagina formatief handelen.

Checken op begrip

Leerlingen maken het leren zichtbaar, zodat je als docent (en leerling zelf) kunt checken op begrip: is de leerstof goed begrepen? Op basis van deze check kies je als docent de vervolgactie: is het wenselijk dan wel nodig om iets nog een keer uit te leggen of kun je door naar het volgende onderdeel? En is het wenselijk om nu feedback te geven of juist om leerlingen zelf nog wat stappen te laten zetten, zodat de feedback écht nodig is?

Het checken op begrip vormt de kern van formatief handelen: de data op basis waarvan je beslist wat de vervolgstap is – iets wat je als docent waarschijnlijk doorlopend onbewust doet en door er bewust mee bezig te zijn mogelijk nog beter kan doen.

Scharniervragen

Stel je vragen over de leerstof aan leerlingen, welke vragen stel je dan? Een goede vraag kan veel informatie geven. Een goede vraag vormt is een scharnier van het ene lespunt naar het andere lespunt, het is een scharniervraag. Makkelijk is dat niet: een goede vraag samenstellen kan tijd kosten! Hoe kom je tot goede scharniervragen? Lees meer daarover in dit artikel.

7 simpele werkvormen

Op welke manier kun je simpel checken of leerlingen of studenten de leerstof goed begrijpen? Met simpel bedoelen we niet dat het niet waardevol is maar dat het zonder al te veel voorbereiding kan worden ingezet in de les en ook niet te veel tijd kost om uit te voeren. Veel werkvormen kosten slechts 60 seconden! Hieronder 7 werkvormen.

1. Startticket

Laat leerlingen aan het begin van de les 3 vragen beantwoorden over leerstof van de vorige les(sen). Dit door de antwoorden bijvoorbeeld in hun schrift te noteren. Bespreek daarna de antwoorden: wie had het goed? wie niet? waar komt dat door? Zo heb ja als docent inzicht in waar leerlingen staan én heb je een rustige start van de les, zeker als dit voor leerlingen een standaard onderdeel wordt aan de start van de les.

Zorg er voor dat de vragen helder zijn en niet te veel tijd kosten om te beantwoorden. Eventueel kun je leerlingen ook hun antwoorden digitaal laten geven, zodat je alle antwoorden op het bord hebt. Zo is het een krachtige variant van de exit ticket.

2. Doorvragen

Stel een leerling een inhoudelijke vragen en laat hem of haar antwoord geven. Vraag vervolgens een tweede leerling of het antwoord klopt. Vraag vervolgens een derde leerling waarom beide antwoorden kloppen, niet kloppen of waar het verschil vandaan komt als dat er is. Kies hierbij willekeurig leerlingen en benoem ook vooraf dat je dit doet. Zo houd je alle leerlingen betrokken.

3. Rad van antwoord

Leerlingen die hun vinger opsteken de vraag laten beantwoorden, is vaak niet zo effectief: je weet enkel wat die ene leerling weet én de rest van de leerlingen stopt met denken. Laat leerlingen dan ook enkel hun vinger opsteken als ze vragen hebben. Door leerlingen denktijd te geven én vervolgens willekeurig iemand de beurt te geven, denken alle leerlingen na (‘want je kan de beurt krijgen’) én zijn leerlingen meer betrokken op het moment dat het antwoord dat wordt gegeven anders is dan hun antwoord (‘huh, waarom denk ik wat anders?’). Gebruik bijvoorbeeld wheelofnames.com zodat het écht willekeurig is.

4. ABCD

Geef leerlingen kaartjes met daarop ABCD, stel meerkeuze vragen en laat leerlingen het kaartje omhoog houden met het antwoord dat volgens hen juist is. Bespreek vervolgens welk antwoord juist is, waarom dit zo is en waarom andere antwoorden die zichtbaar zijn onjuist zijn. Zorg er daarbij voor dat je leerlingen actief betrekt.

Waarom niet via een digitale quiz? Door leerlingen kaartjes omhoog te laten houden zien ze elkaars antwoorden, kunnen ze hun antwoord nog wijzigen en kun je gericht met leerlingen in dialoog over het antwoord. Zo gaat het doorgaans meer leven dan ‘5 mensen hadden antwoord B, maar antwoord A is goed’.

5. Wisbordjes

Werk je liever met open vragen? Laat leerlingen dan antwoord geven op (digitale) witbordjes. Gebruik je fysieke wisbordjes dan houden leerlingen hun bordje omhoog, gebruik je een digitale tool als Whiteboard.fi dan krijg je alle antwoorden meteen te zien. Door deze manier van werken moeten alle leerlingen actief meedoen én zie je in één oogopslag in hoeverre leerlingen de leerstof hebben begrepen én welke misconcepties er zijn die besproken kunnen worden.

Ook kun je leerlingen hun antwoord laten noteren op een tool als Padlet, zodat je samen naar alle antwoorden kunt bekijken en deze kunt bespreken, oftewel live beoordelen.

6. Denken delen uitwisselen

Laat leerlingen individueel nadenken over een open vraag, laat ze dit daarna bespreken in tweetallen (groepjes) en vervolgens klassikaal terugkoppelen. Wat komt er uit de verschillende groepen naar voren? En zijn ze het onderling eens geworden? Door leerlingen eerst zelf te laten nadenken krijgt iedereen de kans om mee te doen en zorgt dit ervoor dat alle leerlingen aangesproken worden. Dus niet elkaar alleen maar napraten! Denken delen uitwisselen is een simpele en krachtige werkvorm om alle leerlingen actief te betrekken bij de les én snel inzichtelijk te krijgen in hoeverre zij de leerstof begrijpen.

7. Vier hoeken

Laat ieder hoek of muur voor een antwoord staan, zoals een zijde voor antwoord A, een zijde voor antwoord B, etc. Stel vervolgen een vraag en laat leerlingen een positie innemen in het lokaal, afhankelijk van hun antwoord. Bespreek vervolgens waarom leerlingen ergens staan en geef ze de ruimte om, op basis van die bespreking, ter plekke over te lopen naar een andere plek. Deze schijnbaar simpele manier van werken zorg er voor dat leerlingen écht actief worden betrokken bij vraag of discussie en maakt het goed zichtbaar in hoeverre bepaalde leerlingen iets goed begrijpen of juist uitgaan van misconcepties.

Meer werkvormen?

Op zoek naar meer praktische werkvormen? Lees dan zeker eens deze blog van NWEA, waarin 27 strategieën worden genoemd. Niet altijd praktisch omschreven, maar er zitten zeker leuke strategieën tussen.

Daarnaast bieden we in onze app Pocket Didactiek meer dan 50 werkvormen, 80 lestips, 30 tools en andere praktische tips en inzichten voor in de les. Ook in ons boek 33 tips voor HBO-didactiek vind je veel lestips en werkvormen, waaronder ook voor formatief handelen (net zo geschikt voor het VO en MBO).

Wessel Peeters

Wessel Peeters

Mede-oprichter van Vernieuwenderwijs en onderwijskundige bij Buurtcollege Agora Maas en Peel. Daarvoor enkele jaren onderwijskundige in het HBO en negen jaar docent Maatschappijleer en Geschiedenis op het Vmbo en Havo. Praat graag over en is graag bezig met: didactiek, curriculumontwerp, toetsing, leren leren en veranderkunde. Actieve ontwikkelaar, onderzoeker en spreker.

4 reacties

Geef een reactie

💡 Onze diensten

Wil je hiermee aan de slag en kun je hulp gebruiken? Als docenten en onderwijskundigen helpen we graag. Bekijk hier ons aanbod:

Ga naar →

Blijf op de hoogte!

Elke week dit soort artikelen & interessante linkjes ontvangen in onze nieuwsbrief?

Please wait...

Bedankt, je staat op onze mailinglijst!