Vernieuwenderwijs

5 strategieën om te werken aan scaffolding

Als docent is het belangrijk om aan te sluiten bij de voorkennis van je leerlingen, zodat zij de nieuwe informatie goed kunnen verwerken. Vervolgens wil je uiteindelijk ook dat zij er zelfstandig mee aan de slag kunnen. Het is daarom belangrijk om te zoeken naar de juiste mate van ondersteuning, oftewel de zone van naaste ontwikkeling. Op welke manier kun je hier aan werken? In dit artikel 5 strategieën die je in de klas kunt toepassen.

Scaffolding en formatief evalueren

Scaffolding is het aanpassen van je onderwijs zodat leerlingen op het juiste niveau worden ondersteunt: zij krijgen voldoende ondersteuning om iets te doen, maar krijgen in toenemende mate meer zelfstandigheid om het zelf te doen (fading). Het staat ook wel bekend als de ‘zone van naaste ontwikkeling’ van Lev Vytosky. Als het om formatief evalueren gaat, is het één van de belangrijkste strategieën om actief mee bezig te zijn: met feedup, feedback en feedforward ben je doorlopend aan te kijken waar leerlingen staan en hoe zij verder kunnen komen, wat ook zou moeten inhouden dat je je onderwijs aanpast op basis van die informatie. Op welke manier kun je scaffolding toepassen in de klas? Gebaseerd op dit artikel in Edutopia, vind je hieronder 5 strategieën die je makkelijk kunt toepassen.

Daarbij is het  – alvorens je verder leest – belangrijk om te weten dat de mate van ondersteuning erg verschillend kan en behoort te zijn bij beginnende leerlingen en expert leerlingen. Dit omdat beginnende leerlingen nog geen mentale, contextgebonden modellen hebben van de kennis (informatie) en dus meer baat kunnen hebben bij directie instructie: expertleerlingen kan het juist in de weg zitten en zij hebben meer aan een grotere mate van zelfstandigheid.

1. Vissenkom

Bij deze werkvorm zit een kleine groep leerlingen (4-6) in het midden van het lokaal (de vissenkom) en de rest van de klas er omheen. In de vissenkom bespreken de leerlingen de lesstof en/of doen zij voor hoe iets werkt (modellen). De andere leerlingen luisteren en schrijven mee, maar zeggen niks. Nadat de lesstof is besproken, wordt klassikaal besproken hoe de vissenkom is verlopen: klopt alles? mist er nog iets? wat ging goed? Deze werkvorm kan tevens ook goed gebruikt worden voor discussies. Eventueel kan er hierbij voor worden gekozen dat de leerlingen uit de vissenkom en daarbuiten kunnen rouleren van plek, bijvoorbeeld als zij zijn uitgesproken óf denken iets te kunnen aanvullen. Een mooie werkvorm die we tijdens onze reis naar New York bij diverse scholen hebben teruggezien.

2. Hardop denken

Doe eerste klassikaal voor wat hardop denken is, bijvoorbeeld door een oefenvraag te behandelen op het bord. Vraag leerlingen vervolgens om ook hardop te denken als zij een vraag krijgen. Dit geeft jou én andere leerlingen meer inzicht in de denkstappen die worden gemaakt, waardoor zij van elkaar kunnen leren én zo kun je als docent feedback geven op het (denk)proces in plaats van enkel het antwoord. Ook krijgen leerlingen zélf meer inzicht door hardop te denken: het helpt hen om actief bezig te zijn met leerstrategieën, zoals dual coding en elaboration (verwerking). Vragen die hierbij kunnen helpen:

1. Wat weet ik al van dit onderwerp?
2. Begrijp ik wat ik net heb geleden?
3. Heb ik een duidelijk beeld van de informatie?
4. Wat kan ik nog meer doen om dit te begrijpen?
5. Wat is het meest belangrijke van wat ik net heb gelezen?
6. Hoe past dit bij wat ik al weet?

3. Activeer voorkennis

Simpel maar effectief: vraag leerlingen aan het begin van de les wat zij al weten over een onderwerp, of waar een nieuw begrip hen aan doet denken. Dit kun je eventueel ook 1-2 minuten in kleine groepjes doen. Op die manier kom je als docent te weten wat de aanwezige voorkennis is én wellicht hebben de leerlingen door hun belevingswereld een heel ander beeld ergens bij. Essentiële informatie als je goed wilt aansluiten bij waar de leerlingen staan. Ook kom je er zo misschien achter dat de voorkennis erg verschillend is, waardoor je hierop kunt differentiëren: bijvoorbeeld directe instructie voor de beginners, duidelijke vervolgopracht voor experts.

4. Denk-koppel-deel

Geef leerlingen in kleine groepjes een vraag of vreemd begrip. Laat leerlingen eerst zelfstandig hierover nadenken (denk), laat hen dit vervolgens in hun groepje bespreken (koppel) om het hierna klassikaal te delen en bespreken (deel), onder begeleiding van jou als docent. Op deze manier denken leerlingen zelfstandig, delen en denken zij samen en bespreken zij dit vervolgens in een grote groep én met de docent. Deze strategie gaat naast samenwerken dus ook over van elkaar leren én het geeft jou als docent inzicht in hoe de verschillende leerlingen denken.

5. Werk visueel

Werk visueel. Door zelf visueel te werken begrijpen leerlingen iets vaak een stuk beter, maar krijg je als docent vaak ook meer inzicht in waar zij staan en hoe zij denken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een concept-map of ander soort schema, waarbij eventueel icoontjes worden gebruikt ter verduidelijking (zie bijvoorbeeld ook Life in Five Seconds). Het laat zien hoe leerlingen verbanden zien, wat voor een beeld zij van verschillende onderdelen hebben, etc. Zo kan het voor zowel jou als docent als de leerlingen nuttig zijn om gedurende meerdere lessen stap voor stap een aan concept-map te werken, omdat dit dan ook stap voor stap inzichtelijk maakt hoe het staat met de kennis.

Wessel Peeters

Wessel Peeters

Onderwijskundige op de Pabo, docent maatschappijleer en coördinator in het voortgezet onderwijs. Alumnus master leren en innoveren. Veel bezig met en praat graag over curriculumontwikkeling, leerstrategieën, leermythes, effectieve didactiek en leernetwerken. Mede-oprichter van Vernieuwenderwijs.

2 reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  • Veel waardering voor deze duidelijke bijdrage over scaffolding. Dit is de basis om differentiatie en individualisatie als didactisch principe te onderbouwen. De voorgestelde werkvormen zijn prima maar ik mis aandacht voor motivatie en interesse van de leerling en dit is juist de drijvende kracht om te leren en even essentieel als voor-kennis.

    • Dag André,

      Dank voor je compliment! Helemaal mee eens dat motivatie (interesse) de drijvende kracht is achter leren en daarmee dus essentieel is, maar wat dat betreft zou ik het dan aan al onze wekelijkse artikelen als disclaimer moeten toevoegen. Dus we gaan er vanuit dat onze lezers die voorwaardelijkheid wel kennen 🙂

✏️ Artikel plaatsen

Ook een artikel plaatsen op Vernieuwenderwijs? Maak dan je eigen account aan:

Registreren →

✉️ Nieuwsbrief

💡 Meer weten?

Als docenten en onderwijskundigen bieden we actieve workshops, inspirerende lezingen en innovatietrajecten. Bekijk onze diensten voor meer informatie!

Ga naar →

✉️ Net als meer dan 2500 anderen wekelijks een nieuwsbrief ontvangen, met onze nieuwste artikelen
én interessante linkjes? Vul hier je gegevens in:
Je hebt je succesvol geabonneerd!