Denken over onderwijs

Op naar meer gepersonaliseerde onderwijstijd

Geschreven door Wessel Peeters

Sinds 1 augustus 2015 kunnen vo-scholen zelf kiezen hoe zij hun onderwijsprogramma inrichten, zolang het vastgestelde gemiddeld aantal uur per opleiding maar wordt gehaald. Toch houden veel scholen vast aan het reguliere lesrooster. Dat is jammer, want het nieuwe kader bied veel mogelijkheden om het onderwijs meer gepersonaliseerd in te richten. Waarom zou een leerling in de les moeten zitten als hij een instructiefilmpje heeft gekeken of voor een opdracht naar een museum is geweest? 

Urennorm

Waar komt de urennorm vandaan? In 1874 werd het Kinderwetje van Van houten ingevoerd. Deze wet bepaalde dat kinderen tot 12 jaar niet in de fabrieken mochten werken. Kort hierop volgde de Onderwijswet van 1878, die vaststelde dat schooltijden werden bepaald in samenspraak tussen de school, de gemeente en de onderwijsinspectie. Tot slot volgde in 1889 een nieuwe Onderwijswet, waardoor leerling vanaf dat moment minimaal 18 uur per week naar school moesten gaan (waarbij het aantal weken dat de school open was kon verschillen per school). In 1901 volgde vervolgens de Leerplichtwet, die als doel had er voor te zorgen dat kinderen een minimum aantal uren – en dus goed – onderwijs zouden krijgen.

De jaren hierna zijn er verschillende wetten rondom onderwijs geweest, maar pas met de Onderwijswet van 1958 werd bepaald dat een school minimaal 26 lesuren per week en 40 weken per jaar, open moest zijn. Oftewel: een school moest 1040 uur per jaar beschikbaar zijn. Ook werd in diezelfde wet vastgelegd dat leerlingen een minimum aantal uren per jaar naar school moesten: ~1000, afhankelijk van de opleiding die een leerling volgde.

Het aantal lesuren liep vervolgens langzaam op. In 2005 werd daarop het aantal lesuren landelijk, voor alle leerlingen, vastgesteld op 1040/1000/700 lesuren per jaar (afhankelijk van het leerjaar). 40 lesuren daarvan mochten scholen, met goedkeuring van de medezeggenschapsraad, meer flexibel invullen. De wijziging stuitte op veel weerstand: veel mensen zagen het als een gemiste kans om de ‘ophokuren’ af te schaffen.

Tot slot volgde op 1 augustus 2015 de meeste recente Onderwijswet in dit verhaal. Deze wet heeft het aantal lesuren per leerling, per jaar, vervangen door een aantal lesuren per leerling, per onderwijssoort. Zo kunnen scholen dus de uren zelf over de leerjaren verdelen.

Onderwijstijd

De laatste genoemde wet heeft echter nog iets anders belangrijks veranderd: Door de invoering van de wet bepalen scholen zelf wat onderwijstijd is, zo lang het maar aan de volgende 3 voorwaarden voldoet:

  • bewust gepland en verzorgd onder verantwoordelijkheid van de school;
  • uitgevoerd onder de pedagogisch-didactische verantwoordelijkheid van een leraar of een ander die hier op grond van de wet mee belast mag worden;
  • de medezeggenschap moet er vooraf mee hebben ingestemd.

Meer specifiek is dit document. Door de wetswijziging is het dus mogelijk om het onderwijs anders in te richten. Waarom zou je als leerling een les Maatschappijleer moeten volgen als je net op zaterdag aan een relevante excursie hebt deelgenomen, wat waarschijnlijk ook nog een stuk leerzamer is geweest?

Mogelijkheden

De wetswijziging maakt het, zoals benoemd in het laatste genoemde voorbeeld, mogelijk om als vakdocent anders te kijken naar onderwijs: wanneer is een leerling aan het leren? Kijkt een leerling een instructievideo? Onderwijstijd. Bezoekt een leerling een toneelvoorstelling? Onderwijstijd. Helpt een leerling buiten school met een activiteit? Onderwijstijd. Het heeft de mogelijkheid gecreëerd om onderwijs meer gepersonaliseerd te maken, om leerlingen keuzes te geven om – onder begeleiding – meer hun eigen loopbaan in richten.

Zoals we al eerder schreven naar aanleiding van onze reis naar New York, mag er wat ons betreft meer aandacht zijn voor het leren in de echte wereld: het gaat dan niet meer over ‘wat als’ maar over écht doen. Het gaat dus niet om een lesuur, maar een ervaring. Het zorgt, zo hebben wij ervaren, voor meer eigenaarschap: door keuzes te geven en onderwijs meer betekenisvol te maken, stijgt de intrinsieke motivatie. En daar is – door de meest recente wet – ruimte voor. Ruimte die nog lang niet altijd benut wordt.

In het VO-magazine van november 2015 (pagina 10) vertellen het Vathorst College, De Internationale Vos en het Picasso Lyceum over de manier waarop zij omgaan met de nieuwe urennorm.

Ook interessant om te lezen is het onderzoek van de Radboud Universiteit (2015): variatie-in-schooltijd-en-onderwijstijd.pdf

Taakbeleid

Als je als school kijkt naar de mogelijkheden van onderwijstijd, kun je ook kijken naar het taakbeleid. Wat houd nu precies de opslagfactor van een les in? Als je als docent  op zaterdag weg gaat, kun je dan ook vervolgens een dag(deel) thuis zijn? Kun je als docent ook een curriculum ontwerpen, en dat in ruil daarvoor je collega meer contacttijd met leerlingen heeft? Moeten we het nog wel hebben over klokuren? Een interessant onderwerp, waarvoor ongetwijfeld meer in de komende weken.

Over de schrijver

Wessel Peeters

Docent maatschappijleer en loopbaanbegeleiding, spelfanaat, gadgetfreak en alumnus master leren en innoveren. Actief bezig met onderwijsinnovatie: ik doe onderzoek, blog, verzorg workshops over onder andere gamification en formatief evalueren en ben actief in het ontwikkelen van onderwijsmateriaal zoals video's en activerende didactiek.

Laat een reactie achter

Pin It on Pinterest

Net als meer dan 1000 anderen wekelijks een nieuwsbrief ontvangen, met onze nieuwste artikelen
én interessante linkjes? Vul hier je gegevens in:
Je hebt je succesvol geabonneerd!