Achtergrond HowTo

Onderwijs ontwerpen: zo ontwikkel je een project!

Geschreven door Michiel Lucassen

Werken vanuit projecten of thema’s is iets wat op veel scholen regelmatig gebeurt. Soms is het de normale manier van werken, en op andere scholen vindt het plaats in een project-week of in samenwerking tussen vakken. Eigenlijk altijd met dezelfde doelen: ruimte voor meer samenwerking en dynamiek, vakoverstijgende thema’s en leerlingen uitdagen actief met een onderwerp aan de slag te gaan. Maar op welke manier ontwerp je nu zo’n project of thema? En waar moet je rekening mee houden?

Waarom een project?

Projectgestuurd onderwijs en/of het gebruiken van projecten in het onderwijs, zijn meerdere malen bewezen als goede vorm om het leren mogelijk te maken. Daarnaast biedt het ontwerpen van eigen projecten je ook veel mogelijkheden als docent: je maakt samen met je collega’s belangrijke keuzes die gaan over leren en ontwikkelen. Een project kan daarbij zo groot of zo klein zijn als je zelf wil: van 2 lessen tot 2 leerjaren, de keuze is aan jou als docent.

Daarnaast zijn er ook steeds meer onderwerpen en vakken op school die zich lenen voor het gebruik van projecten. Zo is zijn er veel mogelijkheden binnen het Maakonderwijs (of Maker Education), Ontwerpen en ontwikkelen (een vak op het Technasium), maar ook bij programmeren, kunstvakken, en vakgebieden als Mens en Maatschappij of Mens en Natuur.

Wat is het doel van het project?

Natuurlijk, het klinkt als een inkopper, maar toch erg belangrijk: wat is het doel van het project? Wat moeten de leerlingen leren, en hoe sluit dit project daar het beste op aan? Een goede start is daarom om te kijken bij de eindtermen of de kerndoelen. Op die manier kun je niet alleen bedenken of iets ‘leuk’ is, maar ook of het aansluit bij wat leerlingen moeten leren.

Daarnaast zijn er ook een aantal doelen die gaan over dingen die niet vastgelegd zijn door het ministerie. Zo kun je het als school ook belangrijk vinden dat leerlingen aan de slag gaan met bepaalde vaardigheden. Zet deze ook direct centraal bij je doelen, zodat je van daaruit praktischer aan de slag gaat tijdens het ontwerpen van een project.

Wanneer je de doelen helder hebt, kun je ook nadenken over de manier waarop je dit gaat toetsen. Hoe laten de leerlingen zien dat ze kunnen wat je wil dat ze kunnen? Om te helpen bij het denken over de manieren van het leren zichtbaar maken hebben we de poster hiernaast ontwikkeld.

 

De 4 P’s

Het doel is helder en je weet wat de te verwachten leeropbrengst wordt. Maar hoe zorg je dat leerlingen ook gemotiveerd zijn om met het project aan de slag te gaan? En het liefst: hoe bevorder je creatief leren? Het MIT heeft een handig lijstje hiervoor, wat in de praktijk erg goed bruikbaar is. Het gaat daarbij om de 4P’s: Projects, Peers, Passion & Play. Deze elementen zorgen voor meer intrinsieke motivatie, creativiteit en ontwikkeling, en dat wil je graag zien bij het leren.

Projects: door te werken in projecten zien leerlingen meer samenhang tussen verschillende onderdelen.
Peers: door samen te werken leren leerlingen meer. Er wordt van, met en door elkaar geleerd, naast dat samenwerken een belangrijke vaardigheid is.
Passion: er is ruimte voor leerlingen om zelf keuzes te maken, die liggen bij wat ze interessant/leuk/mooi vinden.
Play: er is ruimte voor spel en interactie met het onderwerp. Niet alles ligt vast en er zijn mogelijkheden om van gebaande paden af te wijken.

Denk na over deze elementen tijdens de voorbereiding van een project. Want hoe simpel het ook klinkt, juist hier zitten ook vaak de knelpunten.

Manieren van werken

De doelen zijn bepaald en de belangrijke ingrediënten ook. Maar op welke manier pak je het project aan? Er zijn grofweg 6 manieren van werken te beschrijven, als het gaat over het werken met projecten of thema’s. Hierbij zijn een aantal kenmerken die telkens terugkomen, welke we per manier zullen beschrijven.

Recept
Bij het volgen van een recept moet je als leerling alle stappen en/of taken precies uitvoeren zoals beschreven staan. Dit lijkt het meeste op een ‘gewone’ opdracht, en is op sommige momenten ook gewoon nodig. Het is hierbij wel lastig om leerlingen de ruimte te geven. Met name op het gebied van keuzes maken en ruimte voor spelen en interactie met het onderwerp is dat moeilijk.

Playlist
Soms kan een serie opdrachten ook op andere manieren uitgevoerd worden. Wanneer het vormgegeven is als een playlist kunnen leerlingen onderdelen in de normale volgorde doen, maar ook in willekeurige volgorde. Hierdoor krijgen ze meer keuzevrijheid in wanneer ze wat doen, uiteindelijk moet wel alles gedaan zijn.

Project-based
Het kan ook zijn dat het einddoel/product duidelijk is, maar dat er veel ruimte is om te komen tot dat einddoel/product. Hierbij is het projectgestuurd leren een goede optie: leerlingen krijgen de ruimte om op een eigen manier bij de finish te komen, en maken daarin zelfstandig keuzes. Over het werken op deze manier schreven we eerder een uitgebreid artikel.

Thema’s
Daar waar project-based gericht is op een gezamenlijk einddoel of product, daarbij kun je ook andersom werken: vanuit een gezamenlijk thema. Deze vorm is erg open, en biedt leerlingen de kans om zelf een route te kiezen, vanuit het gezamenlijke startpunt. Hierdoor zijn de uitkomsten erg divers, maar is duidelijk dat het allemaal binnen een bepaald thema valt.

Vrij
Leerlingen mogen alles zelf bepalen. Er is niet een overkoepelend thema, hoogstens staat de tijd vast. Deze vorm is eigenlijk zo extreem open, dat we niet meer kunnen spreken van een project.

Heutagogisch
Bij de meeste projecten bedenken docenten het grootste gedeelte van de doelen en de manier van werken. Maar wat als je dit door leerlingen laat doen? Projecten vanuit een heutagogisch perspectief bieden de leerlingen de ruimte om dit samen met de docent vorm te geven, om vervolgens hiermee aan de slag te gaan. Er is zo veel ruimte, maar samen met de leerling worden de kaders bepaald. Het eindresultaat is hierdoor erg divers, maar wel gericht op leren en op de eindtermen of kerndoelen.

Met deze basis-ingrediënten kun je snel een project vormgeven als docent. Het is daarbij handig om de bovenstaande volgorde aan te houden. Eerst het bepalen van de doelen, dan het meenemen van de belangrijke punten op het gebied van motivatie, en vervolgens kijken welke aanpak er het beste bij past. Hierin is natuurlijk ook te variëren en te combineren: ook binnen een thema is er soms een recept nodig. Het denken vanuit deze manier helpt je bij het ontwerpen van het onderwijs. En hoewel dat meer tijd kost dan werken uit een boek, levert het vaak ontzettend veel plezier en leerwinst op!

Over de schrijver

Michiel Lucassen

Docent Innovatie & Prototyping, maar bovenal een enthousiaste en gedreven leraar met veel ideeën over hoe onderwijs beter, leuker en mooier kan. Veel bezig met en praat graag over makersonderwijs, creativiteit, 21st century skills en onderwijs voor de toekomst.

Laat een reactie achter

Pin It on Pinterest

Net als meer dan 1000 anderen wekelijks een nieuwsbrief ontvangen, met onze nieuwste artikelen
én interessante linkjes? Vul hier je gegevens in:
Je hebt je succesvol geabonneerd!