Onderwijsontwikkeling

Een nieuwe leeromgeving ontwerpen: waar begin je?

Geschreven door Michiel Lucassen

Als er over onderwijs geschreven wordt, gaat het vaak over wat er in het lokaal gebeurt. Didactiek en pedagogiek, al dan niet vernieuwend, ze zijn toch afhankelijk van de randvoorwaarde: een goed lokaal. Maar wat maakt een lokaal nu praktisch bruikbaar, wat voor keuzes kun je maken en wat levert het je op? In dit artikel gaan we aan de slag met het ontwerpen van een nieuwe leeromgeving.

Wat zijn de kaders?

In de meeste gevallen heb je als school niet onbeperkt de vrijheid bij het vormgeven van de leeromgeving. Je zit vaak vast aan bepaalde kaders. Krijg je een compleet nieuw gebouw, dan zijn de mogelijkheden groter, maar meestal ‘krijg’ je als school een gebouw waarbij je aanpassingen kunt doen. Zo zul je zeker rekening moeten houden met het aantal leerlingen per vierkante meter. Maar ook: wat voor dingen zijn onverplaatsbaar, zoals deuren en ramen? Welke mogelijkheden zijn er om eventueel muren te doorbreken en ruimtes groter te maken? Het in beeld brengen van deze kaders is belangrijk, omdat dit de limieten zijn waar je bij een (kleine) verbouwing aan vast kunt zitten.

Leeromgeving

Leren vindt niet alleen plaats in het lokaal zelf: er zijn ook veel andere momenten dat leerlingen bezig zijn met leren en werken voor school. Dit kun je uiteindelijk de leeromgeving noemen: wat zowel digitaal is als ‘gewone’ lokalen. Bij het ontwerpen van een nieuwe leeromgeving is het dus ook belangrijk om dit digitale aspect mee te nemen. Door te kijken naar de complete leeromgeving kun je daarnaast meer gebruik maken van de krachten van verschillende vakken. Vaklokalen kunnen praktisch zijn, maar in hoeverre vindt er zo de mogelijkheid plaats voor leerlingen om vakoverstijgend te werken? Worden alle computers in elk computerlokaal altijd gebruikt? Door slim te groeperen en samen te werken kun je dit soort ‘overcapaciteit’ zo goed mogelijk benutten.

Hoe wordt er gewerkt?

Binnen een leeromgeving worden er verschillende dingen van leerlingen verwacht. Dit betekend ook dat je het beste kunt proberen om hier de leeromgeving op af te stemmen. Een aantal activiteiten die leerlingen (kunnen) ondernemen, en de bijbehorende eisen kun je hieronder zien:

  • Zelfstandig werk: leerlingen werken (vaak in stilte) zelfstandig aan de opdrachten of taken.
  • Groepwerk: leerlingen kunnen overleggen, samen afspraken maken of samen opdrachten maken.
  • Maken/produceren: Experimenten, verven, tekenen, ontwerpen, maken. Veel dynamiek en ruimte om te bewegen.
  • Onderzoek: Computers en boeken, leerlingen kunnen zelfstandig onderzoek doen.
  • Presenteren/klassikale instructie: Ruimte voor 30 leerlingen, bord, beamer/scherm.
  • Werk bewaren en inleveren: Als er veel gemaakt wordt, waar bewaar je dit dan?

In een goed ontworpen leeromgeving heb je de ruimte als docent om de leerlingen op bovenstaande activiteiten zo goed mogelijk te bedienen. Het belangrijke daarbij is de balans: het is zonde als ruimtes weinig gebruikt worden. Andersom: als er problemen optreden in verband met ‘over-booking’ dan is dat ook vervelend!

Wat is de visie?

Met bovenstaande kaders en keuzes ben je er natuurlijk nog niet! Want uiteindelijk draait het om een vraag: wat is je visie op leren en hoe ondersteunt de leeromgeving daar in? Daarbij horen natuurlijk een hoop andere vragen, want wat betekent de ruimte voor jou en voor het leren van de leerling? Waar moet de ruimte voor staan? Hoe kan de leeromgeving het leren ondersteunen, verbeteren, uitdagen? Vanuit deze (gezamenlijke) visie kun je beginnen met het denken over de vorm van de leeromgeving, de verschillende ruimtes of afdelingen, en daarna het materiaal en de inrichting. Uiteindelijk krijg je zo een leeromgeving die bijdraagt aan het leren, die leerlingen motiveert, en die zorgt voor een betere werkplek!

Handige tips

Tot slot nog een aantal willekeurige, maar handige tips bij het ontwerpen van een nieuwe leeromgeving:

  • Denk modulair en verplaatsbaar: Door meubels te gebruiken die je kunt verplaatsen creëer je mogelijkheden. Hetzelfde geldt voor lokalen die je groter of kleiner kunt maken doormiddel van schuifdeuren.
  • Zichtbaar maar niet onrustig: je wil natuurlijk zoveel mogelijk laten zien van het vak, maar probeer daar wel een goed systeem voor te bedenken. Te veel materiaal maakt onrustig, te weinig zichtbaar maakt het saai.
  • Eigenaarschap: het meeste werk in een nieuwe leeromgeving komt van de leerlingen zelf. Maar wat voor stem hebben ze dan in een nieuwe ruimte? Dit gaat niet alleen om werk van leerlingen ophangen, het gaat vooral over het serieus nemen van de stem van de leerling.
  • Waar sta je als docent: In een ‘normaal’ lokaal is het makkelijk: je hebt een bureau en daar zit je als docent. Bedenk in een nieuwe omgeving waar je als docent staat. Beweeg je veel rond? Is er ruimte om te bewegen? Waar laat je als docent je spullen?
  • Ruimte & geborgenheid: Het creëren van verschillende hoekjes in een grotere ruimte werkt prettig. Leerlingen hebben het gevoel van ruimte, maar ook de geborgenheid van een eigen ‘hokje’.

Over de schrijver

Michiel Lucassen

Docent Innovatie & Prototyping, maar bovenal een enthousiaste en gedreven leraar met veel ideeën over hoe onderwijs beter, leuker en mooier kan. Veel bezig met en praat graag over makersonderwijs, creativiteit, 21st century skills en onderwijs voor de toekomst.

3 Reacties

  • Hoi Michiel,

    Eens samen sparren want ik heb een fieldlab opgezet waar docenten experimenten met een nieuwe leeromgeving. De punten hierboven nemen we ook mee alleen mis ik jet bewegen. Wellicht kunnen we elkaar aanvullen?

Laat een reactie achter

Pin It on Pinterest

Net als meer dan 1000 anderen wekelijks een nieuwsbrief ontvangen, met onze nieuwste artikelen
én interessante linkjes? Vul hier je gegevens in:
Je hebt je succesvol geabonneerd!