Artikelen HowTo

Een nieuw perspectief

Geschreven door Rudger Minee

Is de eerste ingeving die je hebt altijd de beste? Wanneer ben je origineel? Hoe maak je een weloverwogen keuze? Tijdens de werkvorm ‘een nieuw perspectief’ ervaren de leerlingen de antwoorden op deze vragen. Deze werkvorm is dan ook uitermate geschikt om te werken aan de vaardigheden probleemoplossend vermogen en creativiteit. Een nieuw perspectief is geïnspireerd door een lessuggestie die ik vond op Vernieuwenderwijs.

De achtergrond

Creatief denken en handelen is het vermogen om nieuwe en/of ongebruikelijke maar toepasbare ideeën voor bestaande vraagstukken te vinden (SLO, 2015). Probleemoplossend vermogen is het vermogen om een probleem te (h)erkennen en tot een plan te komen om het probleem op te lossen (SLO, 2015) Niet zo gek dat creativiteit en probleemoplossend vermogen dikwijls in één adem worden genoemd. Ze zijn immers aan elkaar verwant. Bij het oplossen van een vraagstuk probeer je creatieve oplossingen te zoeken en bij het creatief denken probeer je een vraagstuk op te lossen. Volgens de Jong (2004) kan bij het creatief denken een aantal stappen worden onderscheiden. Dit wordt beschreven in het creatief proces model:

  • Kaderen: Het afbakenen van het gebied waar je aandacht zich op gaat richten.
  • Waarnemen: Het verzamelen van informatie en ervaringen.
  • Focussen: Het aanscherpen van het gebied waar de aandacht zich op gaat richten.
  • Verbeelden: Het vormen van beelden van dingen die er niet zijn, of beter, die niet waarneembaar of meetbaar zijn.
  • Divergeren: Het bedenken van zoveel mogelijk oplossingen of manieren om een doel te bereiken. (divergent denken)
  • Experimenteren: Het uitproberen van mogelijke oplossingen en van ideeën, of van delen daarvan.
  • Convergeren: Het kiezen van de meest geschikte mogelijkheid. (convergent denken)
  • Vormgeven: Het tot stand brengen, het maken van het ‘product’. Het gaat dus om praktische vaardigheden.
  • Presenteren: Het uitgewerkte product of half-product tonen aan anderen.

Deze stappen hoeven niet in deze volgorde worden uitgevoerd. Het creatief denken is een ‘organisch’ proces. Stappen kunnen meerdere malen worden uitgevoerd, individueel of door meerdere personen. Onderdelen uit dit ‘creatief proces model’ vinden wij ook terug als deelvaardigheden van het probleemoplossend vermogen. Bijvoorbeeld het kennen van conventionele en innovatieve (oplossings)strategieën om met onbekende problemen om te gaan en het convergent denken (Marzano & Heflebower, 2012).

Tijdens het uitvoeren van de lessuggestie ‘een nieuw perspectief’ doorlopen we alle stappen van dit creatief proces model. Zo creëren  zij een origineel en vooral ook creatief product.

Kaderen en waarnemen

perspectief-1Voor de uitvoering van deze werkvorm hebben de leerlingen een fototoestel nodig. Gelukkig is dat (in groep 8) geen enkel probleem. Elke leerling heeft thuis wel een tablet of mobieltje. Allen voorzien van een fototoestel komen ze op school. Voorafgaand aan de opdracht laat ik de leerlingen een aantal ‘reclamefoto’s’ zien. Ik vraag de leerlingen hoe deze foto’s zijn gemaakt. Waarom heeft de fotograaf voor dit beeld gekozen? Al snel volgt een gesprek over ‘wat is mooi’ en ‘wanneer is iets kunst’. Nu laat ik de kinderen stil staan bij de acties en gedachten van de fotograaf. Is dit zijn eerste ingeving geweest? Uit hoeveel foto’s heeft hij deze gekozen? Samen concluderen we dat de fotograaf waarschijnlijk veel verschillende perspectieven heeft geprobeerd. Daarna heeft hij de foto’s kritisch bekeken en de ‘beste’ uitgekozen. Ook valt het op dat de foto’s er bijzonder of ‘kunstig’ uit zien doordat ze anders zijn dan een foto die je zelf zou maken. Dit vergt een hoop creativiteit.

Focussen en verbeelden

Willekeurig deel ik de leerlingen op in duo’s. Elk duo krijgt een enveloppe met daarin 6 kaartjes. Op elk kaartje staat een ‘titel’, zoals: ‘kleurrijk’, ‘sneller dan het licht’ en ‘alleen’. De leerlingen krijgen de opdracht te bedenken welke foto’s je kunt maken die betrekking hebben op een titel uit de enveloppe. Deze mogelijkheden schrijven ze op een papier.

perspectief-2

Divergeren, experimenteren en convergeren

Hierna doe ik de opdracht voor. Op de instructietafel ligt een appel. Ik vertel dat ik een foto ga maken van deze appel. Ik sta rechtop en gebruik een ‘traditioneel’ fotoperspectief. Ik vraag of dit perspectief een origineel perspectief is. De leerlingen antwoorden unaniem ‘nee’. ‘Zo maakt mijn moeder altijd foto’s’, merkt een leerling op. Ik neem een tweede perspectief aan en we concluderen dat deze maar een klein beetje anders is dan het eerste perspectief. Ook het derde perspectief is nog niet echt origineel. Wanneer ik bijna op de tafel lig met mijn fototoestel ondersteboven roepen de leerlingen: ‘Ja! nu, maak de foto!’

Als geheugensteun krijgen de leerlingen allemaal een strook waarop onder elkaar drie kruizen en een krul staan. Op het eerste kruis zit een wasknijper. De leerlingen moeten drie verschillende perspectieven innemen voordat ze de foto mogen maken. De wasknijper wordt na elke wisseling van perspectief verschoven.

Vormgeven

De leerlingen krijgen een uur de tijd om de foto’s te maken. Ik spreek af in welke ruimtes ze mogen komen (het schoolgebouwen en een gedeelte van de aangrenzende wijk) en stuur ze op pad. Enthousiast en vol ideeën gaan ze op pad. Tijdens het rond lopen zie ik kinderen verschillende perspectieven innemen en vol vuur discussiëren over de beste ‘setting’ voor een foto. Ze vatten de titels die ik gegeven heb op verschillende manieren op. Ik zie nauwelijks leerlingen op dezelfde plek een foto maken.

Na het uur komen de leerlingen tevreden terug. Sommige duo’s hebben meer dan honderd foto’s geschoten! Nu is het tijd om te schiften. De leerlingen krijgen de opdracht om de foto’s die zij het meest origineel, bijzonder of creatief vinden naar mij toe te sturen. Hiervoor krijgen ze een aantal dagen de tijd.

Presenteren

perspectief-3Wanneer ik mijn mailbox open ben ik enorm verrast door het resultaat. Elke groep heeft een aantal foto’s geschoten die (in mijn optiek) ‘galerie waardig’ zijn. Elk groepje presenteert de foto’s op het smartboard. Trots vertellen de leerlingen hoe ze tot de keuze van dit perspectief zijn gekomen en waarom deze foto goed bij de titel past. Zichtbaar zijn ze onder de indruk van de foto’s die op het smartboard verschijnen. ‘Het lijken wel echte kunst of reclame foto’s.’ In het nagesprek praten we over ‘creativiteit’ en ‘origineel zijn’. Over ‘keuzes maken’ en ‘de eerste ingeving’. ‘Creativiteit heeft soms ook tijd nodig’ hoor ik een leerling vertellen. ‘Soms is het goed om langer na te denken over een oplossing van een probleem!’

Na de les staat één van mijn leerlingen gefocust naar het smartboard te kijken. Op het bord is een door hem gemaakte foto te zien. De complete afbeelding wordt goed bestudeerd. ‘Ik had echt deze foto echt nooit zomaar kunnen maken!’ merkt hij op.

En dat was nou precies de bedoeling!

geruisloos1

Bij Vernieuwenderwijs zijn we continu op zoek naar inspirerende onderwerpen, waarbij ook gastschrijvers meer dan welkom zijn om een artikel te plaatsen! Interesse? Neem dan gerust contact met ons op.

Dit artikel is één van de vele lesvoorbeelden 21st century skills die te vinden zijn www.toekomstklas.nl. Toekomstklas is een platform waar iedere onderwijsprofessional zijn lessuggesties, werkvormen en ideeën rondom toekomstgericht onderwijs kan vinden, kan plaatsen, kan delen!

Over de schrijver

Rudger Minee

Leerkracht speciaal onderwijs cluster 4 en gedragsspecialist (M SEN). Eigenaar van toekomstklas.nl: een verzamelplaats van werkvormen en lessuggesties gekoppeld aan 21e eeuwse vaardigheden speciaal voor het (speciaal) basisonderwijs.

Laat een reactie achter

Pin It on Pinterest

Net als meer dan 1000 anderen wekelijks een nieuwsbrief ontvangen, met onze nieuwste artikelen
én interessante linkjes? Vul hier je gegevens in:
Je hebt je succesvol geabonneerd!