Onderwijsonderzoek

Divergent denken: Zo maak je leerlingen creatiever!

Geschreven door Michiel Lucassen

Divergent denken is een van de belangrijkste vaardigheden binnen het grote begrip ‘creativiteit’. Al eerder schreven we over wat creativiteit nu eigenlijk is, en hoe je het kan meten, en daarbij kwam het begrip ‘Divergent denken’ kijken. In dit artikel gaan we hier dieper op in, kijken we wat je er mee kan in de les én hoe leerlingen zich hier in kunnen ontwikkelen.

Wat is het?

Divergent denken is wat mensen bedoelen als het gaat over ‘out of the box’ denken. Het gaat daarbij om het proces van het bedenken van nieuwe ideeën, het komen met oplossingen en het zoeken naar alternatieven. Verschillende activiteiten in een les kunnen divergent zijn: brainstormen, zoeken naar manieren om een wiskunde-som op te lossen, het bedenken van oplossingen van een maatschappelijk probleem.

Waar bestaat divergent denken uit?

Om divergent te kunnen denken zijn er verschillende deelvaardigheden. Het fijne aan deze deelvaardigheden is, dat ze goed ‘oefenbaar’ zijn. Je kunt ze direct in de les gebruiken en daarbij zul je zien dat leerlingen hier beter in worden. Het gaat daarbij om de volgende punten:

  • Oordeel niet meteen: Wijs leerlingen er op dat ze niet direct moeten oordelen bij het bedenken van nieuwe ideeën. De volgende situatie zal zeker herkenbaar zijn: je laat leerlingen brainstormen en waar sommige leerlingen met heel veel ideeën komen lopen andere leerlingen compleet vast. Dit gaat vaak over het oordelen van deze ideeën. Om dit onderdeel zo goed mogelijk te kunnen doen moeten leerlingen leren dat in zo’n fase of opdracht élk idee het waard is om op te schrijven. Er bestaat geen goed of slecht antwoord, dus het is belangrijk om zonder te oordelen je ideeën uit te werken.
  • Ga voor kwantiteit: Meer is beter bij divergent denken. Het is niet vreemd dat de leerlingen die gezien worden als creatief vaak met een onuitputtelijke lijst aan ideeën kunnen komen. Door dit te oefenen leer je leerlingen om verder te blijven denken, zodat alleen de tijd een belemmerende factor wordt.
  • Maak verbindingen: Veel ideeën zijn op zich zelf nog niet zo goed, maar worden sterk door de verbinding. Door leerlingen hierop te wijzen en dit te oefenen worden ze hier beter in, en zien ze steeds meer verbanden tussen ideeën ontstaan. Dit helpt ook om de kwantiteit te verhogen van de ideeën.
  • Zoek het nieuwe: Wanneer er divergent gedacht wordt geldt dat ook ‘vreemde’ ideeën goed zijn. Stimuleer leerlingen te zoeken naar onconventionele en bijzondere oplossingen, ook al lijkt het ze veel te vreemd. Het gaat hierbij over het welbekende ‘verder kijken dan je neus lang is’. Door op zoek te gaan naar ideeën die ver van je af staan kom je soms tot de beste oplossing.

Activiteiten in de les

De bovenstaande punten zijn heel goed te oefenen met leerlingen. Er zijn verschillende (leuke) werkvormen die bijdragen aan de ontwikkeling van divergent denken en die er voor zorgen dat leerlingen met creatievere en kwalitatief betere ideeën en oplossingen komen. Dit versterkt het zelf vertrouwen op dit gebied en laat leerlingen zien dat creativiteit te ontwikkelen is. Hieronder twee voorbeelden van opdrachten om deze punten te oefenen.

De paperclip

Een eenvoudige opdracht, toepasbaar op elk niveau. Elke leerling heeft een blaadje (of schrift) en krijgt maar 1 duidelijke opdracht: zo veel mogelijk ideeën bedenken over wat je kunt doen met een paperclip. Leerlingen die oordelen, niet zoeken naar het nieuwe en geen verbanden leggen zullen met maar ongeveer 10 voorbeelden komen. Bijvoorbeeld: gebruiken om papier bij elkaar te houden, gebruiken om in verschillende letters te buigen, enz.

Leerlingen die wél divergent denken zullen komen met vragen. Bijvoorbeeld: moet de paperclip van ijzer zijn? Wat als de paperclip van steen is? Of wat als de paperclip heel groot is? Wat als de paperclip hol is? Je ziet: zo krijg je direct meer ideeën over wat er mogelijk is. Door dit na afloop te bespreken kun je de eerder genoemde deelvaardigheden uitleggen met de voorbeelden van de leerlingen zelf.

Het rondje

Een andere opdracht die het divergent denken stimuleert is ‘het rondje’. Leerlingen krijgen weer een blaadje, en tekenen hier een klein rondje op. De opdracht: teken zo veel mogelijk figuren met dit rondje. Sommige leerlingen zullen heel veel gezichten tekenen (wel kwantiteit, geen verbindingen leggen). Andere leerlingen komen met een bom, een gezicht, een oog (zoeken naar het nieuwe). Weer andere leerlingen lopen vast. Ook hiermee kun je in de nabespreking de bovenstaande punten gebruiken om uit te leggen hoe leerlingen beter divergent kunnen denken en dus met meer ideeën kunnen komen.

Met deze twee activiteiten kun je direct aan de slag in de les. Naast het bedenken van ideeën is er echter ook nog het leren kiezen van ideeën. Deze vaardigheid wordt convergent denken genoemd. Volgende week hierover meer! Zelf ondertussen nieuwe ideeën of werkvormen? Laat het ons weten via twitter!

Over de schrijver

Michiel Lucassen

Docent Innovatie & Prototyping, maar bovenal een enthousiaste en gedreven leraar met veel ideeën over hoe onderwijs beter, leuker en mooier kan. Veel bezig met en praat graag over makersonderwijs, creativiteit, 21st century skills en onderwijs voor de toekomst.

3 Reacties

Laat een reactie achter

Pin It on Pinterest

Net als meer dan 1000 anderen wekelijks een nieuwsbrief ontvangen, met onze nieuwste artikelen
én interessante linkjes? Vul hier je gegevens in:
Je hebt je succesvol geabonneerd!