Achtergrond

4 mythes over leren en onderwijs

Geschreven door Wessel Peeters

Als docenten hebben we het beste voor met onze leerlingen: we willen goed onderwijs bieden om leerlingen voor te bereiden op een goede toekomst. Om dit te bereiken zijn we voortdurend op zoek naar nieuwe inzichten en mogelijkheden. Daarbij gelooft soms iedereen wat anders óf nemen we klakkeloos dingen van elkaar over. Zo ontstaan er soms hardnekkige mythes over leren en onderwijs. In dit artikel 4 mythes over onderwijs.

1. Leerstijlen in het onderwijs

Een hardnekkige mythe, waar veel boeken over zijn geschreven en zelfs hele scholen naar zijn gevormd. Bekende leerstijlen zijn die van Kolb (doener, dromer, denken en beslisser) en daaraan verbonden de bekende leerstijlen: visueel, auditief en kinetisch. Leerlingen zouden beter leren als zij worden aangesproken op hun leerstijl.

Het probleem leerstijlen is onder andere dat er een verschil is tussen hoe mensen graag leren en hoe mensen goed  leren. Daarnaast bestaat er ook uitgebreid meta-onderzoek (Clark, 1982) dat laat zien dat er geen – of zelfs een negatief – verband is tussen leerstijlen en leerresultaten (suiker is lekker, maar niet altijd goed). Ook bestaat het gevaar dat we mensen indelen in hokjes, terwijl de meeste mensen niet in één hokje passen, er geen bewezen goede test bestaan om dit te doen én er simpelweg te veel leerstijlen zijn: onderzoek van Coffiel, Moseley, Hall en Ecclestone heeft 71 leerstijlen aangetoond.

Er is dan ook nauwelijks wetenschappelijk bewijs dat aantoont dat het onderwijs aanpassen aan leerstijlen effect heeft. Het kan zelfs een negatief effect hebben. Iedereen leert anders; maar deel mensen dus niet in hokjes in.

2. De rechterhersenhelft is creatief

Creativiteit is belangrijk om te slagen in het leven. We schreven al diverse artikelen over dit onderwerp. Het is geen vaardigheid: het is het algemene vermogen om problemen op een intelligente manier op de lossen en het vanuit nieuwe perspectieven te bekijken. Dit doen we uiteraard met onze hersenen.. maar is dat dan onze rechter helft?

De mythe komt voort uit de jaren 1800. Dokters ontdekte dat, als een hersenhelft verwond werd, bepaalde functie verdwenen. Inmiddels weten we door scans dat hersenhelften elkaar ‘besturen’.. maar waarom is links dan rationeel en rechts creatief? Er zijn in de 20ste eeuw diverse boeken verschenen waarin hypotheses stonden over de werking van hersenen, omdat uit hersenonderzoek naar voren kwam dat mensen bijvoorbeeld vaak hun linkerhersenhelft gebruiken als het om taal gaat – maar zelfs dan is de andere hersenhelft wél nodig.

Uit meer onderzoek van onder anderen Nielsen (2013) komt naar voren dat er inderdaad bepaalde gebieden in de hersenen zijn die sterker zijn in bepaalde taken, maar dat je zeer zeker niet kunt spreken over ‘linkse en rechtse gebieden’. Daarvoor zijn hersenen simpelweg te ingewikkeld bedraad.

Ook is er recent nog meer uitgebreid onderzoek gedaan waardoor duidelijk is geworden dat beide hersenhelften nodig zijn voor creativiteit (Sign, H., & O’Boyle, M. W. (2004): klik hier.

3. Scholen doden creativiteit

De meeste bekeken TED video is die van Ken Robinson.
Een toespraak die later nog door het RSA is geanimeerd:

Scholen doden creativiteit. Als onderbouwing gebruikt Ken Robinson onder andere een onderzoek van Guilford (1967). Uit dit onderzoek zou blijken dat leerlingen minder geniaal zijn, omdat zij leren minder afwijkend, oftewel minder creatief, te denken.

Robinson vergelijkt allereerst de termen ‘geniaal’ (IQ) en ‘creatief’, iets wat hij doet op basis van een onderzoek van Guilford, die juist stelt dat ‘intelligentie (gemeten IQ)’ en ‘ creativiteit’ niet onderdeel zijn van het zelfde proces – ze hebben weinig met elkaar te maken (Batey & Furnham, 2006; Kim, 2005). Robinson stelt dan ook ten onrechte dat je zowel genialiteit en creativiteit bij je geboorte hebt en dat dit door school wordt verwaarloost. Ook is er geen onderzoek dat aantoont dat leerlingen creatiever worden als je school zou afschaffen – wel zouden leerlingen en vanzelfsprekend creatiever worden als je er meer rekening mee houdt binnen het onderwijs (zoals met alles).

Je zou dus wel kunnen stellen dat de scholen te weinig doen om leerlingen te laten werken aan hun creativiteit, maar niet dat ze het ‘doden’…wel blijft staan dat Sir Ken Robinson goed is in het inspireren: het RSA filmpje blijft wat ons betreft zeker een kijktip.

4. Internet maakt ons dommer

Digitale dementie.. bestaat dat? Neurologen Susan Greenfield en Manfred Spitzer (2012) stellen van wel. Ze stellen dat het internet onze hersenen op een slechte manier opnieuw zal bedraden. Dit lijkt in de eerste instantie te kloppen, omdat de stijging van de resultaten van IQ-testen de afgelopen jaren lijkt af te nemen (terwijl steeds meer mensen toegang tot internet krijgen). De oorzaak hiervan is echter niet eenduidig: zo blijken schooltoetsen in het recente verleden ook sterk te zijn toegespitst op IQ testen en is er onderzoek dat stelt dat mensen simpelweg meer gokken op moeilijke vragen. De oorspronkelijke groei, die rond 2000 speelde, lijkt destijds dan ook kunstmatig tot stand te zijn gebracht.

Maar is er dan überhaupt wel een correlatie tussen toegang tot internet en IQ? We gebruiken Google wel steeds vaker als ‘extern geheugen’ (Sparrow, B. 2011). Studenten onthouden informatie die niet te op internet te vinden is beter: informatie die ze kunnen opslaan onthouden zij minder goed (relatief goed onthouden ze dan wel waar die informatie te vinden is). Uit onderzoek kun je dan ook voorzichtig concluderen dat we selectiever onthouden (Pink, S. 2010). Maar… we onthouden dus meer wat noodzakelijk is: waarom straatnamen en plaatsen onthouden als we Google Maps hebben.

Je kunt dus eerder stellen dat we slimmer worden in het efficiënt gebruiken van ons geheugen.  Er is geen onderzoek dat duidelijk aantoont dat we ‘dommer’ worden door de komst van het internet.

Meer Mythes

Kleine klassen zijn beter, kennis is niet belangrijk nu we internet hebben, jongens zijn beter in wiskunde, een mannelijke docent is beter voor jongens en de effectiviteit van leren kun je in een piramide weergeven.. mythes? In het boek Jongens zijn slimmer dan meisjes – 35 mythes over leren en onderwijs onderzoeken Pedro de Bruyckere, Paul Kirschner en Casper Hulshof 35 veelvoorkomende stellingen over leren en onderwijs. Soms is er geen bewijs, soms is de waarheid genuanceerd en soms klopt de uitspraak niet of niet helemaal en kun je dus spreken van een mythe. Een aanrader!

Over de schrijver

Wessel Peeters

Docent maatschappijleer en loopbaanbegeleiding, spelfanaat, gadgetfreak en alumnus master leren en innoveren. Actief bezig met onderwijsinnovatie: ik doe onderzoek, blog, verzorg workshops over onder andere gamification en flipping the classroom en ben actief in het ontwikkelen van onderwijsmateriaal zoals video's en activerende didactiek.

Laat een reactie achter

Pin It on Pinterest

Net als meer dan 1000 anderen wekelijks een nieuwsbrief ontvangen, met onze nieuwste artikelen
én interessante linkjes? Vul hier je gegevens in:
Je hebt je succesvol geabonneerd!